Op een doordeweekse avond kwam een ontdekkingsreiziger in Vlaanderen terecht. In dikke boeken had hij gelezen dat de Vlaming geen mondige mensensoort was: wie hem onverwachts een microfoon onder de neus duwde, ontwaarde in blik en houding duidelijk symptomen van een oncontroleerbare vluchtreflex. Lees verder
Columns
Column ‘De Morgen’: Prinselijk arm
Donderdag wandelde ik bij valavond door de beroemdste straat van Parijs. Zon en een geur waarin ik lente vermoedde brachten me terug naar Vali Asr Street in Teheran, dat ook wel de Champs Elysées van de Iraanse hoofdstad wordt genoemd. De breedte en de hoge platanen aan weerszijden van Vali Asr doen inderdaad aan de Champs Elysées denken, en dat was ook de bedoeling van Reza Shah Pahlavi, die de laan liet aanleggen als onderdeel van zijn plan om van Teheran een moderne stad te maken. Lees verder
Column ‘De Morgen’: De ongemaquilleerde dood
Vrijdagmiddag, de school is net uit, en in de rij aan de kassa wachten een moeder met haar dochter. Het meisje heeft een tiara in het haar en draagt een snoepjesroze jurk met glinsterende stiksels – maar ook versleten turnpantoffels, en het zijn net de schoenen die niet bij haar kleren passen die haar onweerstaanbaar maken. Lees verder
Column ‘De Morgen’: De Paris Hiltons der beeldende kunst
‘Mij spreekt het veel meer aan als jij er uitleg bij geeft’, zei Martin Heylen toen hij in God en Klein Pierke naar een werk van Jan Fabre keek. Hij legde met die ene zin een kern van de beeldende kunst bloot: zonder uitleg snap je er vaak niets van. Lees verder
Column ‘De Morgen’: Blanke toegesneeuwde sporen
Wanneer de sneeuw het leven onder een witte laag heeft toegedekt, trek ik mijn laarzen aan en trotseer ik de kou om de vogels brood te geven. Ik heb het mijn grootmoeder zien doen in haar huis op het platteland. Het buitenleven had haar gehard, dus als ze de deur achter zich dichttrok om kruimels voor de vogels te gooien, sloeg ze alleen een gebreide sjaal om. Lees verder
Briek Schotte, filosoof met de benen
Om nog even in de sfeer van mijn column over de zogenaamde ‘flandriens’ anno 2012 te blijven, haal ik deze column boven die ik een paar jaar geleden schreef voor de regionale pagina’s van Het Nieuwsblad.
Briek. De naam alleen al klinkt compact, stevig, uit één stuk. Zo was ook de man zelf: niet voor niets werd hij IJzeren Briek genoemd. Hij had een kop van ongepolijst marmer, benen van staal en de tong van een dichter. Gewoon fietsen deed hij niet, dat was te makkelijk. Nee, koersen, dat was voor hem ‘stampen tot ge niet meer weet van welke parochie ge zijt.’ Lees verder
Column ‘De Morgen’: De koekendozenromantiek der flandriens
‘Dan is hij als een hond weg en laat hij zich deze worst niet meer afnemen.’ Toen Michel Wuyts tijdens een WB-wedstrijd veldrijden deze scheve vergelijking lanceerde op het moment dat Stybar van Pauwels wegreed, gingen mijn tenen krullen. Ik dacht dat honden eerder heen liepen met een been dan met een worst, maar de dichterlijke vrijheid van Wuyts is inmiddels absoluut. Lees verder
Column ‘De Morgen’: Nieuwe bottines
In mijn dorp dat zich stad noemt waren mensen rond die van vlees en bloed zijn, maar in mijn hoofd de vorm van een personage aannemen. Ze zijn het soort dorpsfiguren van wie ik me afvraag of ze binnen tien jaar nog zullen bestaan, en omdat ik vermoed dat ze zullen verdwijnen, bekijk ik hen met extra aandacht: ooit zullen ze opduiken in een van mijn boeken. Lees verder
Column ‘De Morgen’: (H)eerlijke speeltuin
In een reactie op het kerstessay van Marc Reugebrink voor De Standaard schreef Joël De Ceulaer afgelopen weekend in diezelfde krant dat hij het – in tegenstelling tot Reugebrink – niet betreurt dat schrijvers niet langer in het centrum van het maatschappelijk debat staan. Volgens hem overschatten schrijvers zich soms, en is het een misverstand dat ze ‘een soort visionaire lieden zijn, die over een bevoorrechte kennis van de werkelijkheid beschikken.’ Wie werkelijk inzicht wil in mens en wereld, aldus De Ceulaer, kan beter non-fictie lezen, en dan vooral wetenschap. Lees verder
Column ‘De Morgen’: Een emmer uit de oceaan
Om vat te krijgen op de oceaan van seconden die ons zijn voorafgegaan en nog zullen volgen, verdelen we de tijd in eeuwen, en de eeuwen in jaren. Misschien is nieuwjaar wel de opgestoken middelvinger van de mens in het grijnzende gezicht van de tijd: als zand glijdt die steeds door onze vingers, maar bij elk nieuw jaar doen we onszelf geloven dat we de klok even kunnen stilzetten. Lees verder


