Nieuwe sancties EU tegen Iran treffen ook Syrië; Iran roept op tot protest vanavond

De Europese Unie heeft woensdag sancties ingesteld tegen het Quds Korps, een in het buitenland opererende elite-eenheid van de Iraanse Revolutionaire Garde

Volgens de EU bevoorraadt het Quds Korps de Syrische veiligheidsdiensten en helpt het bij het neerslaan van de opstand in Syrië. In de aankondiging van de sancties op de website van de EU stond woensdag dat ‘het Quds Korps technische assistentie heeft verleend, de Syrische veiligheidsdiensten heeft bevoorraad en de onderdrukking van burgerprotesten heeft ondersteund’. Andere doelwitten van de nieuwe sancties zijn onder andere enkele Syrische generaals en naaste medewerkers van president Bashar Assads jongere broer Maher, van wie men vermoedt dat hij het bloedige optreden tegen de betogers in Syrië aanstuurt. Hassan Turkmani, een voormalig minister van defensie en speciaal gezant voor president Assad, wordt ook in de nieuwe sancties genoemd. Lees verder

Me, myself & I op Crossing Border

Op  zaterdag 19 en zondag 20 november vindt voor de derde keer in de Arenberg in Antwerpen het literatuur- en muziekfestival Crossing Border plaats. Muzikaal pakt het  dit jaar uit met onder meer Gavin Friday, Heather Nova en Joan as Police Woman. En natuurlijk zijn er ook heel wat schrijvers aanwezig.  Er zijn voordrachten van Alan Hollinghurst en Stephen Kelman, die beiden op de Longlist van de Man Booker Prize 2011 staan. Jennifer Egan zal passages voorlezen uit haar met een Pulitzer bekroonde A Visit From the Goon Squad.

Vreugde is dan ook mijn deel dat ik zaterdagavond zelf op Crossing Border zal optreden. Crossing Border is dit jaar voor het eerst ook uitgebreid met een kort dagprogramma. Het volledige programma kan u hier lezen.

Column ‘De Morgen’: En het woord werd vlees (bis)

Ik kwam thuis na eenenveertig kilometer fietsen onder grijze wolken, schopte mijn koersschoenen uit, zette de televisie aan en ging op mijn Perzisch tapijt liggen. Zoals altijd na het sporten was ik in een licht euforische stemming, maar die sloeg meteen om toen de eerste woorden die uit mijn scherm schalden als glibberige wormen in mijn oor kropen: ‘De cuisson van uw zalm is werkelijk schitterend.’

Er is geen ontsnappen aan de kookhype die Vlaanderen in zijn greep heeft. In de boekhandel, een plek waar ik vanwege beroepsmisvorming vaak kom, staren Piet Huysentruyt en Jeroen Meus me week na week beaat glimlachend aan. Ik sla een krant open en lees in dramatisch grote letters dat Peter Goossens, ocharme, platte rust nodig heeft. Lees verder

‘Ahmadinejad komt zijn beloftes na’


© Pieter-Jan De Pue

De verkiezingen lijken ver weg bij de Torens van Stilte. Ze doen hun naam eer aan: alleen de wind, vogels en het vage geluid van auto’s en bromfietsen zijn te horen. De woestijnstad Yazd is het hart van het zoroastrisme in Iran, dat voor de komst van de islam in de 7de eeuw de staatsgodsdienst was. De volgelingen van Zarathoestra geloofden dat om de puurheid van de aarde te eren, men lichamen niet mocht begraven: ze werden in openlucht achtergelaten in hoge torens.

Yazd ligt een paar honderd meter lager. We lijken alleen op de wereld, maar dan komen twee jongens de andere kant van de berg opgeklommen. Mohammad (21) en Masoud (30) wonen al hun hele leven in Yazd, maar nooit eerder hebben ze de Torens van Stilte bezocht. ‘Vandaag hadden we een dagje vrij en we vonden dat het tijd was om iets nuttigs te doen’, lacht Masoud. Lees verder

Iran boos om vrouwelijke rondingen

Onschuldiger kon haast niet: een groep Iraanse jongeren die met waterpistooltjes met elkaar in gevecht wilden. Als tijdverdrijf voor de vastenmaand ramadan en bij wijze van verkoeling voor de zomerse hitte in Teheran. Dus plaatsten ze eind vorige maand een oproep op Facebook om met elkaar af te spreken in het Park Ab-o-Atash (Water en Vuurpark). Het gevolg: duizenden Iraanse jongens en meisjes besproeiden elkaar vrolijk met waterpistolen, flesjes en zelfs met emmers water in het park van de Iraanse hoofdstad. Lees verder

Iran veroordeelt Amerikaanse wandelaars tot acht jaar cel

Van het Iraanse regime kan je alles verwachten, maar dit had ik echt niet verwacht: twee Amerikaanse wandelaars die al twee jaar gevangen worden gehouden in Iran zijn tot acht jaar gevangenisstraf veroordeeld voor spionage en omdat ze het land illegaal zouden zijn binnengekomen. Dat heeft de Iraanse staatstelevisie zaterdag gemeld. Algemeen werd verwacht dat Iran ze zou vrijlaten nadat ze al twee jaar in de cel zaten.

Shane Bauer en Josh Fattal (beiden 28 jaar oud) werden in juli 2009 opgepakt bij de grens met Irak. Ook een derde Amerikaan, Sarah Shourd, werd ingerekend, maar zij werd september vorig jaar omwille van gezondheidsredenen en na betaling van een borgsom van een half miljoen dollar vrijgelaten en is inmiddels teruggekeerd naar de Verenigde Staten.

Bauer en Fattal kregen elk drie jaar voor het illegaal binnengaan van Iran en vijf jaar voor ‘spionage voor een Amerikaans agentschap’. Het is niet bekend of de twee jaar die zij inmiddels vastzitten van de strafmaat wordt afgetrokken. De twee hebben twintig dagen de tijd om tegen het vonnis in beroep te gaan.

De twee hebben altijd gezegd onschuldig te zijn aan spionage. Ze wisten ook niet dat de bij het wandelen de grens waren overgestoken. De Amerikaanse regering heeft de afgelopen jaren regelmatig opgeroepen tot de vrijlating van de wandelaars.

Ik ben zeer benieuwd hoe de VS op dit verdict zal reageren.

bron: De Standaard

Het eeuwige Perzië

In juni 2009 schreef ik tijdens mijn rondreis door Iran tijdens de presidentsverkiezingen elke week een column voor De Standaard. Hier alvast één daarvan.

© Pieter-Jan De Pue

Het is zes uur ’s morgens en ik sta met blote voeten in het natte zand. Voor mij ligt het water van de Perzische Golf te fonkelen in de ochtendzon. Af en toe rijdt een auto over het strand en drie jongens spelen handbal in de branding. We zijn aangekomen in de havenstad Bandar-Abbas en hebben daarmee het meest zuidelijke punt van onze tocht door Iran bereikt.

Een nachtelijke treinreis van tien uur in een bloedhete wagon heeft me geradbraakt, en om krachten op te doen gaan we ash – een soort Iraanse ontbijtsoep – eten in het centrum van Bandar-Abbas. Hossein, de eigenaar van de eetwinkel, staat erop om ons rond te leiden door zijn stad: hij ontmoet immers niet elke dag buitenlanders. Even later scheurt een oude motorboot met daarin Hossein, mezelf en enkele donkergekleurde Bandari’s over de Perzische Golf. We zijn op weg naar de Straat van Hormoz, een belangrijke scheepvaartroute voor aardolie uit de Golfregio die voor Iran van onschatbare strategische waarde is.

Hossein, grootvader van vier kleinkinderen, houdt al de hele tijd zijn rozenkrans vast en tuurt over het water. “Persian Gulf,” glimlacht hij. “Not Arab Gulf. De Arabieren proberen al een tijd de naam van deze wateren te veranderen, maar dat zal hen niet lukken. Weet je wat een van de grootste problemen van dit regime en van president Ahmadinejad is? Ze hebben geen respect voor de bevolking en voor ons grootse verleden. Persepolis, Cyrus de Grote, het Perzische wereldrijk: die woorden hebben voor Ahmadinejad helemaal geen betekenis.”

“Persepolis, Cyrus de Grote, het Perzische wereldrijk: die woorden hebben voor Ahmadinejad helemaal geen betekenis.”

Hossein is diepgelovig, maar toch heeft hij – samen met zijn hele familie – voor Mousavi en dus tegen het regime gestemd. “Wanneer je erg religieus bent, zijn veel mensen verrast dat je voor Mousavi hebt gekozen. Maar hij is een betere moslim dan Ahmadinejad. In de Koran staat dat je het goede moet doen, terwijl deze president ons vier jaar lang alleen maar kwaad heeft berokkend. Ahmadinejad is meer met de Palestijnse kwestie bezig geweest dan met zijn eigen bevolking. Het land is er economisch erg slecht aan toe. Elke week zie ik uit Bandar-Abbas vrouwen vertrekken naar een van de Arabische staten in de Golf. Ze gaan er hun lichaam verkopen, omdat hier alleen maar armoede en werkloosheid is.”

Helemaal voorin onze boot begint een zwarte vrouw met een feloranje sluier plots uitbundig naar me te wuiven. “Ik ben Khadidje!”, schreeuwt ze in de wind. “O, je bent de vrouw van de profeet Mohammad!” roep ik terug. Ze schaterlacht, en Hossein legt kort zijn hand op mijn schouder om opnieuw mijn aandacht te trekken.

“Dit regime heeft onze profeet met jarenlange leugens diep beledigd. In alle grote steden van dit land protesteren mensen tegen de verkiezingsuitslag, en de regering denkt dat het gewoon om een studentenrevolte gaat, zoals we in 1999 al meemaakten. Maar nu zijn het niet alleen de studenten die op straat komen. De hele natie zal zich bij hen aansluiten. Er is een nieuwe revolutie in de maak, daar ben ik zeker van. Dit regime is tijdelijk, maar de kracht en grootsheid van Perzië zijn eeuwig. We zullen sterker uit deze crisis komen.”

Wanneer we voet aan land op het eiland Hormoz zetten en ik over mijn schouder naar het water kijk, doen de woorden van Hossein me even de tijdelijkheid van de politiek vergeten en is er een paar seconden lang alleen maar de onvergetelijk mooie, eeuwige Perzische Golf.

Deze column verscheen in De Standaard van 19 juni 2009

Melancholie op muziek, door Mohsen Namjoo

Dit is zonder twijfel een van mijn favoriete Perzische liedjes, geschreven en gezongen door Mohsen Namjoo, die door The New York Times ook wel ‘the Bob Dylan of Iran’ werd genoemd.

Melancholie op muziek gezet. Hier de vertaling:

Ey Sareban, Ey karevan, Leylaye man koja mibari?

Ba bordane Leylaye man, jaan o dele mara mibari

Ey Sareban koja miravi? Leylaye man chera mibari?

Ey Sareban koja miravi? Leylaye man chera mibari?

Oh jij kameeldrijver, oh jij karavan! Waar neem je mijn Leili (= mijn geliefde)* mee naartoe?

Terwijl je mijn Leili meeneemt, neem je mijn hart en ziel mee,

Oh jij kameeldrijver, waar ga je naartoe? Waarom neem je mijn Leili met je mee?

Oh jij kameeldrijver, waar ga je naartoe? Waarom neem je mijn Leili met je mee?

Lees verder

Column ‘De Morgen’: Gekooid

De trein tussen Gent en Antwerpen kruipt tergend langzaam door het landschap. We maken een omweg, want ergens wordt aan een spoor gewerkt. Ik zie opgehoopte bergen aarde waaruit hier en daar klaprozen klimmen. Hun achteloze schoonheid doet me denken aan de verzen van de Perzische dichter Omar Khayyam, die een oude man voor me citeerde toen ik in een andere trein der traagheid van Isfahan naar Shiraz spoorde en er plots bloemen opdoken na eindeloos veel woestijnzand: “Kijk uit dat je het bloempje niet vertrapt! Misschien is het uit de lippen van een geliefde gegroeid.” Zijn woorden deden de student naast hem glimlachen en eerbiedig het hoofd buigen in de richting van zijn medereiziger, want dat is het gebaar dat in Iran past bij respect voor de wijsheid van de oude dag. Misschien was het de lyriek van het ogenblik die de jongeman daarna de moed gaf me een vraag te stellen nadat hij van onder zijn lange wimpers een kwartier in mijn richting had zitten gluren: “U komt uit het Westen. Gelooft u in God, mevrouw?” Lees verder