Mijn Top Drie van 2013

Op haar fijne blog ‘Van boeken en mensen’ laat recensente Annick Vandorpe tijdens de eindejaarsperiode uitgevers, auteurs, boekhandelaars, lezers en recensenten aan het woord over de beste boeken van 2013 in de Top Drie-reeks. 

Mijn Top Drie kunt u hier lezen.

Mijn ‘nieuwjaarsboodschap’: verontwaardiging is uw verdomde plicht

media_xxl_6224710
Vluchtelingen wandelen tussen toeristen op het Italiaanse eiland Lampedusa

Eén beeld van kerstavond zal me nog lang bijblijven. Nieuwsuur liet een reportage zien over bootvluchtelingen op het Italiaanse eiland Lampedusa. Een deel van het parcours dat mannen, vrouwen en kinderen in de klauwen van mensensmokkelaars afleggen gaat dwars door de Sahara, waar de hitte meteen slachtoffers maakt. Sommigen vallen uitgeput van de gammele vrachtwagens waarop ze als menselijke vracht worden gestouwd en blijven achter in de woestijn. ‘Er wordt niet op hen gewacht’, vertelde de commentaarstem. Daarna volgde een beeld van een zwarte vrouw die al een tijd in het zand moet hebben gelegen. Haar ogen staarden eeuwig naar de hemel. Nog voor roofdieren haar in een karkas zouden veranderen, hadden mensensmokkelaars een naamloze prooi van haar gemaakt.

Lees verder

Literatuurminnaars, het is tijd voor de ‘shelfie’

Afgelopen week lanceerde Krant van West-Vlaanderen-hoofdredacteur en veellezer Jan Gheysen op zijn blog een prachtig voorstel: ‘selfie’ is het woord van 2013, maar wat als we nu eens selfies zouden maken met boeken? Hij citeert een pasage uit De Morgen, waarin wordt voorspeld dat ‘unselfies’ een nieuwe trend zullen worden, ‘waarbij mensen een bord voor hun hoofd houden met daarop de boodschap die ze willen meegeven’. Jan Gheysen, een van de grootste literatuurliefhebbers die ik ken, gaat een stap verder: hij stelt voor om uit onze bibliotheek boeken te zoeken waarvan de titels iets over ons zouden kunnen zeggen, ‘of waarvan we zouden willen dat ze iets over ons zeggen… Om maar te zeggen dat die zogenoemde unselfies vooral ook selfies blijven.’

Schitterend voorstel waar ik graag op inga met volgende foto:

IMG_2944

Tranzyt Antwerpia van Pascal Verbeken en Herman Selleslags is een van de mooiste boeken die ik het voorbije jaar heb gelezen. Verbeken volgt de reisroute van Benjamin Kopp, een Poolse tiener en een van de velen die aan het begin van de twintigste eeuw met de Red Star Line vanuit Antwerpen naar Amerika trok. Verbeken maakt ook treffende vergelijkingen met de massale immigratie waarvan we vandaag getuige zijn: ‘Net als in jouw tijd is migratie een business en blijven mensensmokkelaars spilfiguren (p.256).’ Tranzyt Antwerpia is literaire non-fictie op het hoogste niveau. Wat ik graag wil dat het boek over mij zegt, is dit: na de roman waaraan ik nu werk zal ik opnieuw, zoals mijn allereerste boek over Iran, een literair non-fictieboek schrijven, en Pascal Verbeken zal daarbij een lichtend voorbeeld zijn.

Op de website van The Guardian werd deze week al een oproep aan lezers gedaan om foto’s van hun boekenkasten of shelfies in te sturen, vanuit de overtuiging dat iemands bibliotheek veel over een persoon vertelt. Interessanter echter vind ik het voorstel van Jan Gheysen om daar één boek uit te lichten en het de aandacht te geven die het verdient. Laten we die zelfportretten-met-boeken eveneens shelfies noemen, en er met regelmaat eentje posten op onze Facebookprofielen, zodat we in 2014 de literatuur zoveel mogelijk kansen geven om te bloeien, en onszelf en anderen eraan herinneren dat boeken inderdaad veel over onszelf vertellen. Wie weet kunnen we shelfie in de lijst van nominaties voor ‘het woord van 2014’ krijgen. Dat lijkt me duizendmaal boeiender dan huidig winnaar ‘selfie’ als symbool voor het narcisme dat op sociale media steeds wilder om zich heen slaat.

Wie verdient volgens u de Gouden Gerrit?

1486804_10151876026743090_1698948251_n

Tekening met 70 verwijzingen naar genomineerde nummers (en bands) voor de Gouden Gerrit, de lijst met de beste West-Vlaamse nummers aller tijden

Naar aanleiding van onder meer het succes van ‘Eigen Kweek’ gaat de Krant van West-Vlaanderen op zoek naar het beste nummer aller tijden in het West-Vlaams. Voor het eerst werd het West-Vlaamse dialect in die serie niet ondertiteld, maar, zo klinkt het bij de Krant van West-Vlaanderen, “ooit was het nochtans anders en moest Gerrit Callewaert – een typetje gespeeld door Wim Opbrouck – in ‘In De Gloria’ nog ijveren voor West-Vlamingen zonder ondertitels op televisie. (…) Krant van West-Vlaanderen vond dat een eerbetoon aan Gerrit op zijn plaats was, en gaat dus voor De Gouden Gerrit. De eeuwige verwarring tussen g- en h-klank is tegelijk mooi meegenomen…” Lees verder

Desalniettemin

Vandaag maakt het Instituut voor Nederlandse Lexicologie bekend welk woord Nederlanders en Vlamingen in 2014 het liefst willen zien verdwijnen, nadat ze daartoe afgelopen week hun stem konden uitbrengen in een lijst van 10 genomineerden. Zelf hoop ik dat kids de grote verliezer wordt: het is een tenenkrommend woord dat wordt gebezigd door mensen die graag de indruk wekken dat hun leven alleen maar leuk (nog zo’n woord!) is; uit de stoomoven permanent de geur van overheerlijke cupcakes opstijgt, en kinderen vooral een gezellige hobby zijn, terwijl de realiteit vaak anders is en het kleine grut je ook vaak de haren ten berge doet rijzen. Probeer hen dàn maar eens kids te noemen.

Lees verder

Cyriel Buysse, de man die mee mijn pen vasthoudt

Gisteren vond in de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal-en Letterkunde in Gent het jaarlijkse colloquium van het Cyriel Buysse Genootschap plaats. Dit is de tekst van de voordracht die ik er gaf.

Laat mij beginnen met u mee te nemen, terug in de tijd. Op een blauwe maandag kreeg ik tijdens mijn studie Germaanse taal-en letterkunde aan de UGent les over Cyriel Buysse van professor Anne-Marie Musschoot. Het enthousiasme waarmee ze over de schrijver sprak, deed de lucht in auditiorum C trillen, en zelf begreep ik het niet goed: hoe kon iemand zo wild zijn van een auteur die ik toen nog associeerde met proza over een plattelands Vlaanderen dat allang niet meer bestaat, en waarbij ik me beelden voor de geest haalde van kromgebogen, vloekende en verbitterde boeren, een dampende pot aardappelen, en sombere vergezichten onder een dreigende wolkenhemel? Lees verder

“Het is wonderlijk”

Tussen de vele reacties op mijn column ‘Freek vs. Yernaz, of de botsing der beschavingen’ was er ook deze van Yernaz Ramataursing op Twitter: ‘Hoe definieer jij populistisch? Als anti-links?’

Als het al mogelijk zou zijn om een complex begrip als ‘populisme’ in 140 karakters te definiëren, laat dit dan mijn voorstel zijn: ‘Mensen een utopische werkelijkheid voorspiegelen, steunend op oneliners en retoriek in plaats van op debat en argumenten.’

Geert Wilders leverde daar gisteren alweer een schitterend voorbeeld van toen hij volgende tweet de wereld instuurde:  ‘Was net in Ridderzaal, vreselijke multiculti bijeenkomst. We hebben na 200 jaar weer een revolutie nodig, los van multiculti los van de EU!’ Lees verder

Freek vs. Yernaz, of de botsing der beschavingen

Precies twintig jaar geleden lanceerde de Amerikaanse politicoloog Samuel Huntington zijn theorie van de ‘clash of civilizations’. In een artikel in Foreign Affairs voorspelde hij een botsing van beschavingen op het niveau van de wereldpolitiek: volgens Huntington zou “de grote verdeling onder de mensheid en de overheersende bron van conflict cultureel van aard zijn.” Lees verder

Tien jaar eenzaamheid

“In het bos maakten alleen de langzame voetstappen van een oude man hun knisperende geluid over de bladeren waarmee de dreef was bezaaid. Ik had een paar rondjes gelopen en zat op een bank. De man keek mij aan. Ik keek terug. Zijn hond blafte en wilde dichterbij komen. De man trok aan de leiband. Hij glimlachte. ‘Allez, Bruno, kom, mevrouw zit uit te rusten – hé, mevrouw?’ Ik knikte en zei iets over het koude weer. De man bleef nog even dralen en vervolgde zijn weg.”

Mijn volledige column voor HP/De Tijd kan u hier lezen.

GAS-boetes anno 1991, een afvalcontainer, en mijn neef de politieagent

Toen ik vandaag las dat de stad Antwerpen aan kinderen een GAS-boete heeft gegeven omdat ze zonnebloempitten op de grond hadden gespuwd, kwam naast de verbijstering ook een herinnering aan vroegere tijden naar boven.

Vooraleer mijn grootmoeder in een serviceflat terechtkwam, woonde ze op het platteland, waar in de buurt steeds meer fabrieken opdoken. Schuin tegenover haar huis was er een plasticverwerkend bedrijf waar onder meer wielen werden geproduceerd. Ronddwalen in de natuur vonden wij, kleinkinderen, altijd uitermate spannend, maar naarmate we ouder werden, ging (wanneer we in het weekend bij grootmoeder op bezoek waren) ook van de fabriek een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit. Op zaterdag was het er rustiger dan in de week: er waren slechts een paar arbeiders aan de slag, wat we konden afleiden uit het schaarse aantal auto’s op de parking. Lees verder