‘Ooit komt er een roman: berg je dan maar’

‘Bescheiden schrijvers zijn het ergst’, schrijft Herman Koch in zijn nieuwe roman Geachte heer M.

Laat me dus even onbescheiden zijn en dit fijne nieuwsbericht delen. In navolging van Das Magazin heeft ook de literaire website Tzum een lijst opgesteld met de ’10 grote schrijvers van de toekomst’. Ik ben daar volgens hen een van. Toch wel een vreugdekreet geslaakt bij de volgende lovende woorden:

Schermafbeelding 2014-05-21 om 09.59.33

 

Die roman komt eraan, heet Kwikzilver, en ligt vanaf 18 september in uw boekhandel.

 

‘Een zoon van Limburg’: Chrétien Breukers meets Bob den Uyl

Unknown

‘Wie weggaat, trekt ook zijn wortels uit de grond en is daarna niet zo gemakkelijk weer terug te planten, zelfs als hij dat zou willen.’

Het is een van de vele zinnen die ik wil onthouden uit Een zoon van Limburg van Chrétien Breukers, die vooral bekend is als de drijvende kracht achter de succesvolle literaire site De Contrabas, en verder ook zijn strepen heeft verdiend als dichter en bloemlezer.

Breukers weet waarover hij het heeft als hij in dit prozadebuut over wortels en grond schrijft: hij groeide op in Nederlands Limburg, dat hij als jongeman met alle macht wilde verlaten omdat hij eigenlijk liever geen Limburger maar een, nou ja, wereldburger wilde zijn. ‘Ik vroeg me alleen af hoe ik zo snel mogelijk uit het huis uit kon, weg, de grote wereld in.’ Maar pas wanneer hij met beide benen in die grote wereld staat (Nijmegen, Amsterdam en uiteindelijk Utrecht), wordt hij ook werkelijk Limburger, onder meer omdat anderen hem daar tijdens zijn ‘verblijf in Holland’ ( zo omschrijft hij het treffend, als een ‘verblijf’) op wijzen. Het overkwam hem dat ‘allerlei mensen die konden rekenen en schrijven, mensen die min of meer functioneerden in het maatschappelijk bestel, mij vroegen of “dat nou een beetje uit te houden was, in Limburg”, of ze zeiden “ik ben er nooit geweest, maar het schijnt wel mooi te zijn, met heuvels”.’ Lees verder

Literatuur is méér dan jij denkt, Arnon Grunberg

Morgen is Oorlog en terpentijn van Stefan Hertmans een grote kanshebber voor de Libris Literatuurprijs. Naar aanleiding daarvan kwam De Morgen dit weekend terug op de reeds gestelde vraag of de roman geen ‘vervalsing’ is. Eind maart vroeg Arnon Grunberg zich in een essay in NRC Handelsblad namelijk af of de oorlogsdagboeken van zijn grootvader waarop Hertmans zich baseert niet verzonnen zijn. Lees verder

Hafid Bouazza is geen romantische held

 

“Toen de televisiecamera de gasten eerst van een afstand liet zien, vroeg ik me af of de schrijver misschien niet was komen opdagen – want was dat reusachtige, opgeblazen lichaam aan tafel werkelijk dat van Hafid Bouazza? Ja, dus. De camera zoomde in, en het was wel degelijk Hafid – of toch een versie van de man die hij ooit was.”

Mijn column van deze week voor HP/De Tijd, over het optreden van Hafid Bouazza gisteren in P&W, en het verhaal over zijn drankmisbruik, kunt u hier lezen.

Een zure muilentrekker als nieuwe Vlaamse mascotte

‘Zure buren willen kankerpatiënten weg uit Gents woonblok’, las ik deze week in de krant. Twaalf buren hebben een bezwaarschrift ingediend tegen drie kankerpatiënten die herstellen in hun appartementsgebouw. Volgens hen zorgen zij onder meer voor ‘geluidsoverlast door te veel overgeven’.

Ik vond het een verbijsterend nieuwsbericht. Tolerantie moet je vandaag in toenemende mate met het vergrootglas gaan zoeken. Er zijn buren die klagen over spelende kinderen, over een crèche in de omgeving, over een Sinksenfoor, over Tomorrowland, en nu dus ook over ‘geluidsoverlast door overgeven’. Lees verder

Een paasei, een regenkapje, en eeuwige liefde

Deze column verscheen in de Krant van West-Vlaanderen van 25 april

Ik zat op een bank in het park toen de klokken net naar Rome waren vertrokken. De zon had een warme gloed over de vooravond uitgegoten, en alleen in de verte deden grijze wolken geloven dat de voorspelde regen toch nog zou komen. De vijver baadde in een licht waarvoor Claude Monet meteen zijn penseel had bovengehaald, en terwijl ik keek naar een wegglippende goudvis tussen het riet, zag ik een bejaard koppel dichterbij komen. Lees verder