Een dienstmededeling

Tussenstand in de recensies van Kwikzilver anderhalve week na verschijnen: 2 negatieve – 2 lovende. Opvallend is dat de negatieve door Vlamingen zijn geschreven, en de lovende door Nederlanders. In Nederland noemt men mijn boek ‘ontroerend zonder ooit sentimenteel te zijn’; in De Morgen spreekt Dirk Leyman over ‘pathos dat om de hoek loert’ en ‘mierzoet’. Hij sluit zijn stuk ook af met de vermaning die elke auteur kennelijk gratis van hem mee krijgt, en in mijn geval is dat dat ik me ‘meer moet distantiëren’ van mijn grootmoeder en familie.

Wel, dat zal ik dus nooit doen. ‘Distantiëren’ is zo’n typisch woord dat sommige recensenten graag gebruiken vanuit de veronderstelling dat grote/onversneden emoties nooit Grrrrrrote Literatuur kunnen opleveren. Daar trek ik me niets van aan. Ik hield zielsveel van mijn grootmoeder, en zo heb ik het ook op papier gezet. Ik krijg elke dag wel een mail van een lezer die me laat weten dat het boek hem/haar erg heeft ontroerd en hij/zij er zelfs moest bij huilen. Als je zulke emoties kan oproepen met een aaneenrijging van zinnen, dan kan je als schrijver alleen maar blij zijn. 

De krokussen van de verbeelding

Vandaag mocht ik in Belmondo op Klara een brief schrijven aan een collega-auteur waarin ik hem een boek cadeau doe.

Dit was mijn brief.

 

Beste Gerrit Komrij,

Toen men mij vroeg om een collega-auteur een boek te schenken, flitste terstond uw naam door mijn gedachten. Groot was mijn opluchting toen het geen probleem bleek om een overleden schrijver met literaire post te verblijden – want dood bent u helaas al meer dan twee jaar. Men zegt dat niemand onvervangbaar is, maar men heeft ongelijk: in de Nederlandse letteren kan voorlopig niemand in de schaduw van uw voetstappen treden. Lees verder

Mijn West-Vlaamse klei

Deze column verscheen in de Krant van West-Vlaanderen van 28 augustus

Afgelopen zondag was David Van Reybrouck te gast in de laatste aflevering van Zomergasten op de VPRO. Van Reybrouck, afkomstig van Assebroek, hield er een lofzang op zijn West-Vlaamse roots. ‘Je wortels moeten diep geankerd zijn om met je takken ver te kunnen reiken’, zei hij. Zelf woont hij al jaren in Brussel, maar hij zei niet te begrijpen hoe mensen die in de stad zijn gaan wonen vaak neerkijken op hun afkomst uit landelijkere gebieden. Van Reybrouck houdt nog steeds erg veel van het West-Vlaamse platteland en van de landschappen van zijn jeugd, en pleitte voor een ‘hartstochtelijke band met de plek waar je vandaan komt.’  Lees verder

Leve het ongerepte platteland

Telkens als ik de N37 tussen Tielt en Roeselare neem, bekruipt me een bevreemdend gevoel. Terwijl de grijze monotonie van het asfalt onder je wielen glijdt, zie je tot voorbij Ardooie links en rechts van de weg een landschap waar koeien grazen, een wegwijzer je desgewenst naar een aardappelautomaat brengt, en een boer op het land de vruchten van zijn arbeid oogst. Wanneer diezelfde boer daarna met zijn tractor de baan op moet, slagen veel chauffeurs er niet in hun ergernis te verbergen. Iedereen wil graag gezonde groenten op zijn bord, maar vijf minuten geduld opbrengen om degene die daarvoor zorgt niet met een rotvaart (of luid toeterend) in te halen – ho maar.

Lees verder

De wereld is geen gedicht, Pablo

“Ik weet het: dit verhaal zal jouw vuilnisbelt niet minder doen stinken. Maar wanneer zondag op een paar kilometer van de plek waar jij voor het slapengaan je kruiwagen hebt geparkeerd twee voetbalteams vechten om de belangrijkste bijzaak ter wereld, hoop ik dat een aantal van mijn lezers ook aan jou zullen denken.”

Lees hier mijn column over de andere kant van het WK in Brazilië.