"De maat is vol"

Gepost op zondag 14 juni 2009 om 10:31 op http://standaard.typepad.com/iran

Gisteren was het stil in Isfahan, maar tegen de avond was de politiek plots weer aanwezig in de straten van de stad. Een honderdtal fans van Ahmadinejad reden met hun scooters rondjes op het Naqsh-e Jahan plein en staken juichend de Iraanse vlag in de lucht. De meeste families die in het gras zaten te picknicken besteedden maar weinig aandacht aan de vreugdekreten.

Vanmorgen liepen we opnieuw Martin tegen het lijf, een jonge Britse rugzaktoerist die een paar dagen in Isfahan verblijft en straks samen met ons naar Yazd vertrekt. “I just can’t believe people remain so calm,” zei hij. “Ik vraag me af hoe lang het zal duren tot de protesten van Teheran naar hier overwaaien.” Martin zag gisteren in de vooravond hoe een vijftigtal aanhangers van Mousavi hun groene linten en vlaggen bovenhaalden en een demonstratie op gang probeerden te brengen, maar de politie kwam al snel tussenbeide.

Toen we net met Martin stonden te praten, kwam een man van een jaar of veertig naar ons toe, en de woede spatte uit zijn ogen. “Ahmadinejad is a fucking little shit,” zei hij. “It’s all lies. Don’t believe a word of it.”

Intussen doen steeds meer geruchten over massale verkiezingsfraude ronde. The Lede Blog, op de site van The New York Times, laat Iraniërs aan het woord over wat zij denken en meemaken. Nahid Siamdoust van Time Magazine vertelt bijvoorbeeld dat in Teheran hier en daar de kreet ‘Allah-o Akbar’ te horen is – net als ten tijde van de Revolutie. Een ander verhaal, dat intussen ook op straat de ronde doet, is dat Mousavi vrijdagnacht werd gebeld door het Ministerie van Binnenlandse Zaken met de mededeling dat hij de winnaar was, maar dat dat nog niet publiekelijk mocht worden meegedeeld. Mousavi negeerde die vraag en deelde wel mee dat hij gewonnen had. Een uur later liet het Ministerie van Binnenlandse Zaken weten dat Ahmadinejad de grote winnaar was, en dat terwijl nog maar twintig procent van de stemmen geteld was. Dat moment maakten we zelf mee toen we vrijdagnacht in het hotel naar de Iraanse televisie keken, en ik denk niet dat ik eerder in mijn leven zo verontwaardigd ben geweest als toen.

Tijdens de voorbije verkiezingscampagne heeft het Iraanse volk even van relatieve vrijheid kunnen proeven, maar nu slaat opnieuw de angst voor repressie toe. Zelf ondervinden we ook de veranderingen en de censuur: het internet werkt tergend langzaam of soms zelfs helemaal niet, websites als YouTube, Facebook en BBC zijn geblokkeerd, en telefoneren en sms’en is vaak onmogelijk.

Dat Iran een land van tegenstellingen is, dat wist ik al, en het is precies een van de dingen waarnaar we met deze reportage op zoek wilden gaan: enerzijds het traditionele Iran laten zien, en anderzijds het Iran dat volop bezig is met verandering. Zelfs in mijn meest pessimistische gedachten had ik niet kunnen geloven dat die verandering op zo’n pijnlijke manier zou worden tegengehouden.

“De Perzen zijn in hun recente geschiedenis al vaak vernederd,” zei Hamid me, een Mousavi-supporter die zijn volledige naam niet in de krant wil. Door buitenlandse machten en door onze eigen leiders. Maar dit hebben we nooit eerder meegemaakt. Ik geloof dat de maat nu echt vol is.”

Persepolis, Khomeini en plastische chirurgie

Het is elf uur plaatselijke tijd terwijl ik dit schrijf, en op televisie hoor ik Ahmadinejad zeggen dat wat hij de voorbije vier jaar als president gedaan heeft wél correct is en dat Mousavi het dus helemaal bij het verkeerde eind heeft. Teheran was vandaag nog meer dan gisteren in de ban van de verkiezingen: om half elf begon het eerste live debat tussen president Ahmadinejad en zijn belangrijkste hervormingsgezinde tegenstander, Mir-Hossein Mousavi. Net brachten we de avond door in Vali Asr, de langste laan van Teheran, en om de haverklap passeerde een toeterende auto met daarin vooral jonge Iraniërs die hun hoofd uit het raampje staken en onophoudelijk ‘Mousavi, Mousavi!’ scandeerden. Tijdens de drie uur dat ik in Vali Asr was, heb ik welgeteld twaalf auto’s gezien waarop een poster van Ahmadinejad hing, terwijl ik bij Mousavi na een half uur al de tel kwijtraakte. Zo luid was het enthousiaste gegil van de aanhangers van Mousavi dat het haast leek alsof hij net de verkiezingen gewonnen had. Ontelbaar ook het aantal keren dat jongeren naar me toe komen, een flyer van Mousavi in mijn handen duwen en met een brede glimlach zeggen: “Mousavi! He will win!” Meestal steken ze dan hun duim hoog in de lucht, en nog vaker maken ze het vredesteken. Toen ik dat een aantal keren met een vredesteken beantwoordde, was de vreugde niet te stuiten.
Vali Asr in Noord-Teheran is een welstellende buurt, en daar is de aanhang van Mousavi sowieso groter. Vanmorgen bezochten we het Imamzadeh Shah-e Abdal-Azim, een mausoleum in het armere zuiden van Teheran waar onder meer de broer van Imam Reza begraven ligt, en in die straten zijn het vooral posters van Ahmadinejad, Khomemei en Khamenei die de muren sieren. Ik was dan ook erg verrast toen ik ‘in het hol van de leeuw’ plots een groepje Iraanse jongeren zag dat luidkeels het liedje Yare dabestani zong, dat ten tijde van de Revolutie tegen de shah een symbool van protest was. “De sfeer is donker,” riepen ze, “jij en ik zijn vrienden, je bent mijn kameraad, wie anders dan jij kan mijn pijn verzachten. Onze handen zouden de woestijn van onze ongeletterdheid water moeten geven, het hart van de mensen die in deze woestijn leven is dood, onze handen zouden het gordijn dat ons zicht belemmert moeten scheuren.”
Hun boodschap was duidelijk: Iran moet veranderen. Ook duidelijk is dat het vooral jongeren zijn die dat tijdens deze verkiezingscampagne aan de wereld willen vertellen, maar dat heeft wat te betekenen in een land als dit, waar zeventig procent van de bevolking jonger is dan vijfentwintig. Toch zijn de dingen hier vaak niet wat ze lijken: toen ik vanavond uitzonderlijk de toestemming kreeg om in het hippe Noord-Teheran een heiligdom te bezoeken waar een broer van Imam Reza begraven ligt en in zwarte chador naar binnen ging, zag ik een meisje dat me buiten al was opgevallen: ze had geblondeerd haar en onder haar chador droeg ze een strak zittende manteau, maar plots zag ik haar in tranen bij het het graf van Imam Reza’s broer, terwijl ze de zilveren tralies rond de kubus kuste en onophoudelijk bleef huilen. Op haar neus zat een pleister: Iran is nose job country number one, en het was duidelijk dat ze net plastische chirurgie achter de rug had. Plots zag ik de twee gezichten van Iran in één jong meisje versmelten.
Toen ik ’s avonds aan onze gids door Teheran vertelde over mijn eerste ervaringen met de chador, lachte hij luid: “Je hebt zonet kennisgemaakt met de islam. Zo vriendelijk is de islam: ze geven vrouwen de toestemming om zichzelf te bedekken. Dat is zoals iemand een mes geven zodat hij zichzelf kan doden. Onthoud goed wat een vriend me ooit heeft gezegd: Khomeini leefde in een donker, klein en laag huis met kleine ramen. In Persepolis werden duizenden jaren geleden hemelhoge tempels gebouwd van waaruit de Perzische koningen de wereld regeerden en veranderden. De Achaemeniden konden ver kijken, maar Khomeini regeerde vanuit een donkere kelder. Dat is wat er met Iran gebeurd is. Maar kijk, je hebt vandaag veel Iraanse jongeren ontmoet, en zij geloven er weer in. Ikzelf ben minder optimistisch over de kansen op verandering, maar de toekomst, die ligt altijd bij jonge mensen en hun dromen.”

Groen, groener, groenst

“Farsi ye shoma kheili khube!” Het was de eerste Perzische zin die ik te horen kreeg toen we vannacht om twee uur plaatselijke tijd voor het eerst voet op Iraanse bodem zetten. De struise man in het kleine hokje waarboven in grote letters gozarname (paspoort) staat geschreven, buigt lichtjes het hoofd en knipoogt naar me. Dat mijn Perzisch erg goed is, heeft hij net gezegd, en meteen komem twee andere Iraanse mannen nieuwsgierig een kijkje nemen naar die westerse vrouw az Belzjiki die Farsi blijkt te kennen. Eerlijk is eerlijk: ik heb vaak geschreven en gezegd dat over Iran veel vooroordelen bestaan, maar een knipoog en drie bewonderende mannen midden in de nacht op Imam Khomeini Airport: dat had zelfs ik niet verwacht. Beneden kneep Khomeini zelf vanop een gigantische muurschildering in kitscherige kleuren een oogje dicht.

Even later bracht een taxichauffeur ons naar onze bestemming. Teheran leek een spookstad, en het contrast met wat we vandaag te zien en te horen kregen, kon niet groter zijn. Hoe Teheran omschrijven? Waar te beginnen? Onmogelijk is het. In de Lonely Planet had ik gelezen dat zelfs de meest ervaren reiziger nooit voorbereid kan zijn op een verblijf in deze stad, en gelooft u me: dat is nog een understatement. Teheran is een plotse aanval op al je zintuigen. Vooral het geluid is oorverdovend: taxi’s toeteren onophoudelijk, winkeliers schreeuwen naar hun collega’s aan de overkant van de straat, en tussen al het kabaal door roept ook de muezzin nog eens op tot het gebed. Praten kan je hier niet; roepen is de boodschap.

De kleuren die overheersen in Teheran zijn het knalgeel en knalgroen van de taxi’s, en groen is dezer dagen dan nog eens meer dan anders aanwezig in de hoofdstad: het is immers de kleur die de hervormingsgezinde presidentskandidaat Mousavi als campagnekleur heeft gekozen. Erg opvallend: in Teheran zijn zeker tien keer meer affiches van Mousavi te zien dan van de huidige president Ahmadinejad. Op Vali Asr Avenue, de hoofdstraat van Teheran, lacht Mousavi je minstens om de honderd meter toe. Bomen, palen, etalages: de supporters van Mousavi hebben hun werk grondig gedaan.

Toen ik vanmiddag een foto nam van de beeltenis van Mousavi op de achterkant van een taxi, kwam een jongeman van een jaar of zeventien op een Amerikaanse mountainbike van het merk TREK naar me toegefietst: “Khanoeme! Mevrouw! It’s not important!” Ik ging dichterbij en vroeg hem wat hij bedoelde. “Entekhabat!, schreeuwde hij, in een poping de voorbijrazende taxi’s te overstemmen. “De verkiezingen! Het doet er allemaal niet toe. Niets verandert ooit in dit land.”

De jonge vrouw die ik even later later ontmoet bij een van Teherans grootste mediabedrijven, en die helpt om het bureaucratische gedeelte van onze reis af te handelen, lacht wanneer ik haar over de jongen op de fiets vertel. “Hij is een uitzondering, geloof me. Elk jaar zijn mensen hier meer en meer met politiek bezig. Zeker nu: het is echt het gespreksonderwerp op straat. Het is geen toeval dat je overal posters van Mousavi ziet: in Teheran houdt iedereen van hem. Het land is Ahmadinejad beu. Hij heeft niets gedaan voor het Iraanse volk, niets.” Of ze gelooft dat Mousavi ook gaat winnen op 12 juni? “Ja, dat geloof ik. Iran wil verandering en is er klaar voor. Dat zal u tijdens uw reis wel ontdekken.”

Ze draagt een donkerbruine sluier, maar aan haar voeten heeft ze zwarte sneakers van Adidas met knaloranje strepen, en aan haar linkerarm fonkelt een zilverkleurig horloge van Guess.

Laatste week Shadi Ghadirian in Brusselse Aeroplastics galerie

Nog tot 4 april kan u in de Brusselse galerie Aeroplastics Contemporary terecht voor een overzicht van het werk van de Iraanse fotografe Shadi Ghadirian. Het gaat om haar eerste monografische tentoonstelling. Shadi Ghadirian (Iran, 1974) studeerde af in fotografie aan de Azad Universiteit in Teheran. Ze besteedt in haar werk vooral aandacht aan de positie van de vrouw in Iran. Sinds ze in 2001 doorbrak met haar reeksen Qajar en Like Everyday bleef ze het thema van het conflict tussen traditie en moderniteit en van de positie van de vrouw in een door mannen gedomineerde maatschappij verder onderzoeken. De titel van de reeks Qajar verwijst naar de gelijknamige dynastie (1794-1925); tegelijk de periode in Iran waarin de portretfotografie werd geïntroduceerd. Gesluierde en traditioneel geklede vrouwen poseren in negentiende-eeuwse decors, maar met objecten als een radio, een mountainbike of een stofzuiger. In de reeks Like Everyday wordt het gezicht van een vrouw in Iraanse outfit vervangen door huishoudelijke artikelen. De titel ontleende ze aan het routinematige karakter van de werkzaamheden waartoe de vrouw is veroordeeld.

Shadi Ghadirian, a photographer from Iran, nog tot 4 april in galerie Aeroplastics Contemporary, Blanchestraat 32, 1060 Brussel, http://www.aeroplastics.net

Iran aanwezig op Afghanistan-top

Iran zal volgende week aanwezig zijn op de eendaagse conferentie over Afghanistan die in Den Haag wordt gehouden. Dat heeft Maxime Verhagen, de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, meegedeeld. Het was de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton die Iran officieel uitnodigde voor de internationale topconferentie. Verhagen zei dat het van het opperste belang is dat Iran deelneemt aan de conferentie. Afgevaardigen van meer dan tachtig landen zullen aanwezig zijn op de top.

Shoppen in Teheran

De fotoblog ‘Tehran 24′ laat bijna dagelijks foto’s of videofilmpjes van de Iraanse hoofdstad zien. De blog is het werk van fotograaf Amir Sadeghi. Vorige week maakte hij foto’s van shoppende Iraniërs, die een paar dagen voor Noruz volop inkopen gingen doen in de shopping centers van de stad. Voor beelden van Teheran zoals u het waarschijnlijk nooit in gedachten hebt, klik hier.

Weduwe van Khomeini overleden

Zaterdagmorgen is in Teheran de weduwe van ayatollah Ruhollah Khomeini overleden. Dat meldt het persbureau van het regime, het Islamic Republic News Agency (IRNA). Khadije Saghafi overleed na een slepende ziekte. Khomeini’s kleinzoon, Seyyed Hassan Khomeini, onderstreepte de belangrijke rol die Saghafi heeft gehad in Khomeini’s strijd tegen het Pahlavi-regime, die uiteindelijk zou leiden tot de transformatie van Iran van monarchie tot Islamitische Republiek. Khadije Saghafi wordt zondag begraven in het Imam Khomeini Mausoleum in Teheran.

Trouwen in Iran

Dinsdag was er op de Amerikaanse zender PBS de televisiepremière van de film Arusi: Persian Wedding, van de Iraans-Amerikaanse regisseuse Marjan Tehrani. Marjan en haar broer Alex zijn geboren in de VS en hebben een Iraanse vader en joodse moeder. Arusi: Persian Wedding registreert hoe Alex en zijn Amerikaanse bruid Heather (zie foto) van New York City naar Iran trekken om er een traditioneel Perzisch huwelijksfeest te vieren – net zoals hun ouders dat hadden gedaan in 1968, toen Iran en de VS nog bondgenoten waren. Anno 2009 liggen de politieke kaarten helemaal anders, en Tehrani laat onder meer de moeilijkheden zien die haar broer heeft om een Iraans paspoort te krijgen, de gemengde reacties van vrienden en familie en de houding van Heathers vader, die een aanhanger is van de voormalige Amerikaanse president George W. Bush. Beelden van de ervaringen van Alex en Heather worden afgewisseld met beeldmateriaal van historische gebeurtenissen in Iran in de tweede helft van de twintigste eeuw – van de coup tegen Mossadegh tot de komst van Khomeini in 1979. De film is een bijzondere vermenging van het persoonlijke en het politieke, en schetst een beeld van Iran dat verder reikt dan de dagelijkse headlines.

Klik hier voor meer info en een preview van de film.