De traagheid der dingen

Deze tekst bij de foto’s van Friederike Von Rauch verscheen eerder in de programmabrochure van deBuren en werd in het Engels en Duits opgenomen in het boek ‘Sites‘ van/over Friederike von Rauch, Hatje Cantz Verlag, 2009

De huilende sirene van een ziekenwagen. Het geluid van rennende voetstappen, onderweg naar straks. De porseleinen stem van een sopraan die haar rol instudeert in het imposante operagebouw aan de overkant van de straat, en simultaan daarmee de symfonie van ongeduldig toeterende taxi’s.

Welcome to Brussels. Metropool van België, hoofdstad van Europa, polyglotte koningin der schone lelijkheid.

Ik wandel door de tentoonstelling 90dagenbrussel van Friederike von Rauch in het Vlaams- Nederlands Huis deBuren. Tijdens een verblijf van drie maanden in Brussel bracht deze Berlijnse fotografe de stad in beeld zoals ze dat ook al met haar thuisstad had gedaan: geen beelden van een metropool zoals we die kennen, maar strakke en zorgvuldig gestileerde foto’s van gebouwen, plekken en ruimtes waar mensen dagelijks voorbijwandelen. In tegenstelling tot Friederike von Rauch echter zijn zij slechts passanten die de wereld registreren in plaats van hem met hun blik vorm te geven.

Von Rauch doet iets vreemds met het fenomeen stad. Iets moois. Iets onverwachts. Met engelengeduld en een haast ontroerend talent voor traagheid tovert ze de mensen eruit weg. Ze wacht op het moment waarop de plek die ze uitgekozen heeft leeg is, en dan pas drukt ze af. We zien een gebouw, een plek of soms een binnenruimte, maar altijd ligt de focus op de leegte. Von Rauch laat ons gebouwen zien die het resultaat zijn van mensenwerk, maar waarop niemand te zien is. Het is precies de leegte die ons in haar foto’s naar binnen trekt.

Ik hoor de stad in-en uitademen terwijl mijn ogen over de foto’s glijden. Daarbuiten een kluwen van beweging, en hierbinnen lege ruimtes en stille stenen. Ook dat is Brussel, ook dat kán Brussel zijn. Alleen: zo zien wij het nooit.

Er zijn nog enkele bezoekers in de zaal. Ik hoor een man met diepe basstem overbodig druk en luid spreken. Ik kijk in zijn richting en zie hoe hij druk gesticulerend met een vrouw staat te praten. Zijn armen klapwieken door de ruimte. Hij heeft het over volumes, architecturale spanning, metaforen en uniformiteit.

De man die plots naast mij komt staan, kijkt met de handen in de broekzakken naar de foto die voor ons hangt. “Mooi, hé”, zegt hij. “Ik vind dat zo schoon. Ik zou de roman willen schrijven waarvan deze foto de omslag is. Het zou een stille, trage roman moeten zijn.”

****

Een roman. Ik knik. Een roman waarin er tijd is voor traagheid en stilte. Voor zoeken en soms vinden, voor eerst kijken en dan zien, voor hardop mijmeren en overtuigd nietsdoen. Of nee, misschien toch geen roman, maar een gedicht. Ja, eigenlijk wil ik de foto’s van Friederike von Rauch vergelijken met poëzie. Poëzie is de kunst van het weglaten. Wat niet gezegd wordt, is even belangrijk als wat wel gezegd wordt. Dichters kunnen zwijgen. Stilte is de essentie van poëzie, en het is ook de essentie van het werk van Friederike von Rauch.

****

Soms denk ik dat mensen de kunst van het zwijgen verleerd zijn. In L’Art de se taire (1771) verdedigt de Franse priester, schrijver en polemist Abbé Dinouart de stelling dat stilte een taal op zich is die krachtiger kan zijn dan woorden. ‘On ne doit cesser de se taire que lorsqu’on a quelque chose à dire qui vaut mieux que le silence.’ Vandaag lijkt het omgekeerde het geval. Beter íets zeggen dan niets, zelfs als datgene wat je zegt nergens op slaat. Spreek en gij zult gehoord worden. Wie zwijgt en nadenkt, wekt onrust. Wie praat, hoe hol de woorden ook mogen zijn, heeft betekenis. De woordvervuiling is algemeen geworden, en daar heeft het internet in belangrijke mate toe bijgedragen. Weblogs schieten als paddestoelen uit de grond. Nooit werden zoveel meningen gespuid als nu en nooit vonden mensen hun mening er zo toe doen als nu. In een tijd waarin snelheid en zappen denorm is, zijn mensen bang geworden voor stilte. Friederike von Rauch vaart met haar foto’s tegen die stroom in.

****

Stilte kan je verlammen. Kan je met de scherpte van een versgeslepen mes verwonden. Het is de stilte tussen twee uitgeprate geliefden die met de moed der wanhoop watertrappelen in een zee van woorden, maar toch kopje onder gaan. Het is de stilte nadat de deur voorgoed in het slot viel, de stilte van een ontwijkende blik, de stilte van opgekropt verdriet.

Maar stilte kan ook gelukkig maken. Ze kan weldadig zijn als de tintelende vingertoppen van je geliefde, lavend als het koele water, troostend als de eerste aarzelende lentezon.

Verlammend of bevrijdend, angstaanjagend of rustgevend: stilte is nooit neutraal. Stilte roept altijd emoties op. De stilte op de foto’s van Friederike von Rauch ontroert zoals een mooi gedicht me kan ontroeren. Wanneer ik blijf kijken, kan ik de stilte horen. Misschien is stilte niet de afwezigheid van geluid, maar net het allermooiste geluid.

De stilte op de foto’s van Von Rauch wint aan schoonheid en kracht omdat ze haar intrede doet op plekken waar je ze niet verwacht. Berlijn, Brussel en Rotterdam zijn nooit stil. Altijd wakker, altijd in beweging. De totale afwezigheid van mensen is daarom bevreemdend. Het geeft de stilte een geladen spanning. Tegelijk voel ik ook rust wanneer ik naar deze foto’s kijk. Ik verlang ernaar om in de beelden te stappen en deel te worden van de rust. Ik doe het niet, want het zou de stilte in scherven uiteen doen vallen, maar stiekem wil ik ronddolen in die stad zonder mensen.

****

Vroeger kende ik alleen mijn dorpje. Nu heb ik ook de grootstad ontdekt. Ik hou van de plaatsen en passages, de geuren en kleuren van de stad. Ik voel me licht wanneer ik me in de massa begeef en één van de vele voorbijgangers word. Maar de stad kan ook vermoeiend zijn. In Brussel kunnen rust en stilte nooit de ruimte in mijn hoofd krijgen die ze in de lege straten van mijn dorp hadden. In Kitab al-Mudun of Het boek der steden (1999) neemt de Syrische dichter Ali Ahmad Sa’id – beter bekend onder zijn pennaam Adonis – een cyclus op van negen gedichten over metropolen in Amerika, Europa en de Arabische wereld. Zijn houding tegenover de grootstad is ambivalent. Hij kent de rijkdom die de metropool biedt, maar is zich ook bewust van wat grootstedelingen missen. In zijn zelfgekozen ballingschap in Parijs roept hij zijn dorpje Qassabine in Syrië voor de geest: “Mais je ne rappelle pas avoir vu une seule étoile danser, lire ou marcher comme les étoiles de mon enfance/J’ai dû m’imaginer les étoiles de Qassabine pour me répérer,/tandis que je flânais les rues,/écoutant la plainte des hommes, fleuve sans embouchure, déferler autour de la Seine”

In het grootstedelijke landschap van Parijs heeft Adonis nog geen enkele ster gezien zoals hij die zag in het dorpje van zijn kindertijd. Wat de dichter eigenlijk zegt, is dit: in de stad kan hij nooit de rust vinden die hij in zijn dorp kende. Net als Adonis raak ik in de grootstad soms de weg kwijt, omdat ik de sterren niet kan zien dansen en de stilte niet kan horen. Soms, wanneer de drukte te zwaar op mijn schouders weegt, zou ik de grote verdwijntruc van Friederike von Rauch willen toepassen. Met haar foto’s heeft zij Brussel, Berlijn en nu ook Rotterdam de traagheid, rust en stilte gegeven die er soms zo moeilijk te vinden zijn.

****

Waar zijn de mensen naartoe op deze foto’s? Door mijn hoofd flitsen beelden van de Amerikaanse stad New Orleans nadat de orkaan Katrina er haar verwoestende doortocht maakte. De koningin der jazzsteden was een spookstad geworden. Verlaten. Leeggelopen. Maar overal waren de sporen van dood en vernieling zichtbaar. Op de foto’s van Friederike von Rauch daarentegen kan geen ramp gebeurd zijn. Alles is netjes achtergelaten. Alles is intact gebleven. Hier zijn mensen niet halsoverkop op de vlucht geslagen. Wat is er dan gebeurd? Is dit een toekomstvisie van onze steden nadat we in een van de komende eeuwen de aarde verlaten hebben voor een andere planeet? Of zijn er wel mensen, maar spelen ze verstoppertje? We weten het niet. We kunnen er zelf een verhaal bij verzinnen, en dat is een van de elementen die deze foto’s tot poëzie maken. Een gedicht is een mysterie waarvan de lezer de sleutel moet zoeken. Poëzie stelt vragen, maar laat die onbeantwoord. Het is aan de lezer om de stiltes en het wit tussen de regels in te vullen.

****

Poëzie en traagheid gaan hand in hand. Schrijvers, en zeker dichters, zijn mensen die de tijd tegenwerken. De dichter vraagt tijd van zijn lezers, en traagheid is voor hem een deugd. De dichter zit op zijn stoel. Hij wacht. Hij heeft geduld. Zijn werk gaat soms onmerkbaar vooruit. De dichter neemt tijd om te aarzelen, om te herroepen, om te schrappen, om te wachten. Literatuur, en bij uitstek poëzie, heeft baat bij traagheid.

De werkwijze van Friederike von Rauch doet denken aan de dichter die zijn poëzie neerschrijft. Zoals een dichter de tijd neemt om de juiste woorden te vinden, zo nam Friederike von Rauch haar tijd om Brussel en Rotterdam grondig te leren kennen. Ze moest de stad eerst in zich opnemen vooraleer ze haar foto’s kon maken. Dan kwam het zoeken naar de plekken en ruimtes die ze in beeld wilde brengen. Soms wachtte ze lang, heel lang op het moment dat in haar blikveld geen mensen meer te zien waren. Zoals poëzie de dichter en de lezer zachtjes tot traagheid dwingt, zo dwingt ook Von Rauch met haar werk zichzelf en de kijker tot traagheid.

Ik zal u iets vertellen. Misschien weet Friederike von Rauch het zelf nog niet, maar ik heb het ontdekt: zij is een dichteres. Traagheid is haar handlanger, de stilte haar beste vriend, gebouwen haar verzen en de leegte het wit tussen de regels.

Briek & Jelle

Nu Jelle Vanendert in de bolletjestrui rijdt en ons terugbrengt naar lang vervlogen Lucien Van Impe-tijden, haal ik als eerste item uit de oude doos deze column over Briek Schotte tevoorschijn.

Een filosoof uit Tielt

Briek. De naam alleen al klinkt compact, stevig, uit één stuk. Zo was ook de man zelf: niet voor niets werd hij IJzeren Briek genoemd. Hij had een bast van goud, een hoofd van ongepolijst marmer, benen van staal en de tong van een dichter. Gewoon fietsen deed hij niet, dat was te makkelijk. Nee, koersen, dat was voor hem ‘stampen tot ge niet meer weet van welke parochie ge zijt.’

Als er één man is van wie ik trots ben dat hij in Tielt geboren werd, dan is het wel Briek Schotte. Zijn standbeeld als stoempende en wroetende renner op het dorsplein van Kanegem kan niet symbolischer zijn: een ijzeren hulde aan de laatste der Flandriens. Altijd als ik er langsfiets, buig ik het hoofd voor de brok puur natuur die deze man was. Briek fietste in een tijd waarin van ploegbussen, personal coaches en miljoenencontracten nog geen sprake was. Hij duwde gewoon op de pedalen tot hij sterretjes zag, trok in de Tour de France van 1948 bij vriesweer zijn lekke tube met zijn tanden van de velg en had altijd een steeksleutel, twee reservemoeren en een set remblokjes op zak. Als we vandaag vinden dat wielrenners flink wat te lijden hebben, moeten we altijd Briek even voor de geest halen.

Toen Briek Schotte in 1948 voor de tweede keer het WK won, weergalmde zijn stem luid over de radio: “Moeder, moeder, hoort gij mij? Ik heb gewonnen en ben wereldkampioen!” Je zou bijna heimwee krijgen naar de tijd waarin mobiele telefoons nog niet bestonden en goed nieuws gewoon over de radio werd meegedeeld

Ik heb aan de universiteit de grote filosofen gelezen, maar van Briek heb ik minstens even veel geleerd. Dit bijvoorbeeld: dat je overgave moet leggen in wat je doet. Dat je altijd tot het uiterste moet gaan. Dat er niets mooiers is dan van je passie je beroep te maken. “Ik mis het fietsen nog elke dag,” zei Briek als oude man. “De koers is mijn leven. Al van jongs af aan was ik er zot van.”

Zo wil ik oud worden: terugkijken, een zacht gemis voelen maar glimlachen en denken dat ik altijd heb gedaan waar ik zot van was. Of om met het de dichter Fernando Pessoa te zeggen: Leg al wat je bent/In ’t minste wat je doet./Zo blinkt de maan in ieder meer geheel/Wijl zij verheven leeft.

(Eerder verschenen in Het Nieuwsblad van 7 maart 2009)

‘Het kleine zwarte visje’: mijn eerbetoon aan Farzad Kamangar

Farzad Kamangar als leraar in Koerdistan

Vorig jaar werden op 9 mei in de beruchte Evin-gevangenis in Teheran vijf politiek gevangenen uit Koerdistan opgehangen: Farzad Kamangar, Ali Heydarian, Farhad Vakili, Mehdi Eslamian en Shirin Alam Holi. De vijf zouden banden hebben gehad met “antirevolutionaire groeperingen”. Het Iraanse regime zei dat de vijf lid waren van de pro-Koerdische groepering PJAK, de Partij voor een Vrij Leven van Koerdistan (PJAK), die nauwe banden heeft met de Arbeiderspartij van Koerdistan (PKK).

De bekendste van de vijf was Farzad Kamangar (1975). Hij was twaalf jaar lang leraar in het Koerdische dorp Kamiaran. Op 19 augustus 2006 werd hij gearresteerd. Kamangar werd wel eens vergeleken met de beroemdste leraar van Iran en de schrijver van het verhaal waarvan mijn vertaling net in de boekhandel ligt: Samad Behrangi, die met zijn wereldberoemde Mahiye siah kuchulu (1968) of Het kleine zwarte visje ook zijn verzet uitte tegen het regime van de sjah en tegen een dictatoriale levenswijze. Tijdens de Iraanse Revolutie van 1979 was dit een veelgehoorde leuze: Rahe Samad rahe mast, Samad moalleme mast. Vertaald: De weg van Samad is onze weg, Samad is onze leraar. Lees verder

‘Het kleine zwarte visje’ mag gaan zwemmen


Vandaag kreeg ik de eerste exemplaren van mijn vertaling van Het kleine zwarte visje, dat binnen een paar dagen in de boekhandel ligt.

Het kleine zwarte visje is zoveel meer dan een kinderverhaal. Samad Behrangi, een immens populaire dorpsleraar die werd vermoord door aanhangers van de shah, schreef het ook als een allegorie voor het verlangen naar vrijheid onder een dictatoriaal regime. Het verhaal sluit dus uitstekend aan bij wat zich vandaag in de Arabische wereld en het Midden-Oosten afspeelt.

Het kleine zwarte visje woont in een beek met zijn moeder, maar wil de zee zien, en trekt op pad. Maar op zijn weg komt het gevaarlijke dieren als de pelikaan, de reiger en de zwaardvis tegen. Of het visje uiteindelijk ook vrijheid vindt? Daarvoor moet u het boek lezen, en dan nog – en dat is onder meer de kracht van het verhaal – kan ieder zijn eigen invulling aan het einde geven.

“Iraans regime deelt condooms uit om activisten te verkrachten”

De Iraanse autoriteiten gebruiken massaverkrachtingen om de moraal van politieke gevangenen te breken. Het regime van president Mahmoud Ahmadinejad deelt daartoe condooms uit aan criminelen. Dat blijkt uit een reeks brieven van gevangenen en families van gevangengenomen politieke activisten.

Mehdi Mahmoudian (zie foto), lid van de hervormingsgezonde politieke partij Islamic Iran Participation Front, is een van de gevangenen die erin geslaagd is brieven naar buiten te smokkelen die getuigen over de verkrachtingen in enkele van Irans meest beruchte gevangenissen. Mahmoudian werd gearresteerd tijdens de protesten tegen de uitslag van de frauduleuze presidentsverkiezingen van juni 2009 en zit gevangen in Rajaeeshahr Prison in Karaj, 20 km ten westen van Teheran.

“In verschillende cellen in de gevangenissen is verkrachtingen een veel voorkomende en aanvaarde daad geworden,” schrijft hij in een brief die werd gepubliceerd op Kaleme.com, de officiële website van oppositieleider Mir-Hossein Mousavi. Sinds de publicatie van zijn brief zijn nieuwe getuigenissen opgedoken.

Op de oppositiewebsite Jaras vertellen familieleden van gevangenen dat de cipiers niets doen om de verkrachtingen tegen te gaan. “Zij die zich niet kunnen verdedigen en het zich niet kunnen veroorloven om de cipiers om te kopen, worden iedere nacht naar andere cellen gebracht om te worden verkracht”, valt onder meer te lezen.”Criminelen lopen over de luchtplaats met een condoom in hun hand, op zoek naar een slachtoffer. Als het slachtoffer niet sterk genoeg is, wordt hij verkracht. De cipiers doen niets als ze een gevangene met een condoom zien rondlopen, simpelweg omdat ze hem dat condoom zelf gegeven hebben.”

Volgens Mahmoudian, die in een isoleercel zit sinds hij de brieven naar buiten bracht, werd één gevangene in één nacht zeven keer verkracht. “Zij die het slachtoffer zijn van verkrachtingen hebben zelfs een ‘eigenaar’ en die verdient geld door zijn slachtoffer te verhuren aan anderen, en hem of haar na een tijdje aan iemanders te verkopen.”

Iran ontkent, uiteraard, de verkrachtingen. Amnesty International veroordeelt ze. En de wereld? De wereld kijkt toe en blijft verbazingwekkend stil.

bronnen: PowNed, The Guardian

Betancourt in hongerstaking voor Amerikaanse gevangen wandelaars in Iran


Ingrid Betancourt, de voormalige gijzelaarster van de Colombiaanse rebellengroep FARC, gaat in hongerstaking. Ze wil daarmee protesteren tegen de opsluiting van twee Amerikaanse wandelaars in Iran.

De twee zitten sinds 2009 vast. Hun moeders begonnen in mei met een hongerstaking.

Josh Fattal (29) en Shane Bauer (28) werden samen met Sarah Shourd (32) eind juli 2009 aan de Iraans-Iraakse grens opgepakt nadat ze in Iran waren afgedwaald, naar eigen zeggen per vergissing, tijdens een bergwandeling in Iraaks Koerdistan. Sarah Shourd werd wegens gezondheidsredenen op borgtocht vrijgelaten in september 2010. 

De vroegere Colombiaanse presidentskandidate Betancourt, tussen februari 2002 en juli 2008 gegijzeld door de Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia (FARC), maar ook de Amerikaanse vredesactiviste Cindy Sheehan nemen deel aan de hongerstaking die op 19 mei op gang werd getrokken door Laura Fattal (58) en Cindy Hickey (50). 

De twee vrouwen begonnen de actie uit solidariteit met hun gevangengenomen zonen. Ze hebben vrijdag aangekondigd dat ze zelf ook opnieuw in hongerstaking gaan van zaterdag tot donderdag.

“Iran weet dat Josh en Shane onschuldig zijn, net zoals de hele wereld”, schrijven beide vrouwen in het communiqué, waarin ze de Iraanse autoriteiten vragen “hun hart te laten spreken en hun kinderen onmiddellijk vrij te laten.” De drie wandelaars moeten terechtstaan wegens spionage. Sarah Shourd zal bij verstek gevonnist worden. Hun proces achter gesloten deuren is op 6 februari begonnen. Een nieuwe zitting is ingeschreven voor 31 juli. Er was er eerder al een gepland op 11 juli, maar die werd om onbekende reden uitgesteld.

bron: Het Nieuwsblad

Bondgenoot Ahmadinejad gearresteerd

De rechterlijke macht in Iran heeft donderdag een bondgenoot van de Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad vastgezet. Dat meldde de Iraanse staatstelevisie. Het is een nieuwe een stap in de machtsstrijd die het Iraanse leiderschap in zijn greep houdt.

De man, Mohammad Sharif Malekzadeh (zie foto), trad dinsdag af, slechts enkele dagen nadat hij was benoemd als onderminister van buitenlandse zaken. Hij boog onder de druk van een aantal hardliners die hem beschouwen als een onderdeel van een beweging die probeert de rol van de machtige Iraanse geestelijken te verzwakken. Vooral Ahmadinejads voormalige stafchef Esfandiar Mahim-Rashaie wordt daarbij geviseerd. De ultra-conservatieve geestelijkheid en leden van de Revolutionaire Garde betichten hem ervan het islamitische regime te ondermijnen.

Malekzadeh is aangeklaagd voor corruptie, maar ontkent.

Ahmadinejad is in een bittere strijd verwikkeld met het Iraanse parlement en de geestelijkheid. De steun van de hoogste geestelijk leider Ayatollah Ali Khamanei brokkelt langzaam af.

bron: NOVUM/AP

12 Iraanse gevangenen in hongerstaking


Twaalf Iraanse politiek gevangenen zijn sinds zaterdagmorgen voor een ‘onbepaalde tijd’ in hongerstaking gegaan uit protest tegen de dood van Haleh Sahebi en Hoda Saber en om ‘de martelaren van de Groene Beweging te eren’. Dat meldt de Iraanse oppositiewebsite Kaleme.

Haleh Sahebi werd, zoals ik hier eerder berichtte, doodgeslagen op de begrafenis van haar vader Ezzatollah Sahebi. Hoda Saber ging in de gevangenis in hongerstaking uit protest tegen de moord op Haleh. Jammer genoeg overleed hij op 12 juni (twee jaar na de frauduleuze uitslag van de presidentsverkiezingen) aan de gevolgen van een hartstilstand. 64 gevangenen uit de vreselijke Evin-gevangenis in Teheran hebben getuigd dat Saber zwaar werd mishandeld voor zijn dood en ook geen medische bijstand kreeg.
In de brief waarin ze de wereld op de hoogte brengen van hun hongerstaking, zeggen de 12 gevangenen dat ze de ‘rechten en vrijheden’ willen krijgen die voorzien zijn in de Iraanse grondwet en ‘vermeld zijn in verschillende internationale verdragen die Iran heeft ondertekend’. Ze klagen ook de ‘brutale en onrechtvaardige celstraffen’ aan en beschrijven de Groene Beweging als ‘een keerpunt in het streven onze natie naar de verdediging van het vaderland en vrijheid’.

De prominente Iraanse journalist en schrijver Masoud Behnoud riep gisteren op om niet stil te blijven, en vroeg Iraanse journalisten, kenners en prominenten in binnen- en buitenland om hun steun uit te spreken voor de hongerstaking, opdat de twaalf gevangenen niet, zoals Hoda Saber, in stilte nieuwe slachtoffers zouden worden van het regime. De vraag bereikte ook mij, en dit is mijn bijdrage aan de oproep van Masoud Behnoud. Daaronder die van Maziar Bahari, Iraans-Canadese journalist, en Shirin Ebadi, Iraanse Nobelprijswinnares voor de Vrede.
De namen van de hongerstakers zijn: Bahman Ahmadi Amooei, Hasan Asadi Zeidabadi, Emadoddin Baghi, Emad Bahavar, Ghorban Behzadian-Nejad, Mohammad Davari, Amir-Khosro Dalir-Sani, Feizollah Arabsorkhi, Abolfazl Ghadyani, Mohammad Javad Mozaffar, Mohammad Reza Moghisseh, Abdollah Momeni.

"Mijn hart heeft een huis in je haar"

Helemaal in de ban van dit liedje van Vigen dat een FB-vriend vanmorgen postte: ‘Shaneh’ (De kam). Daarom: mijn vertaling, zodat mijn lezers er nog meer kunnen van genieten.

Vigen Derderian (1929-2003) was voor de Revolutie een van de populairste zangers van Iran. Hij werd ook wel ‘de sultan van de Perzische jazz’ genoemd. Zijn carrière begon in 1951, toen hij optrad in Café Shemiran in Teheran. Een radioproducer hoorde hem, en even later werd zijn eerste liedje een gigantisch succes. Er zouden er nog meer dan 600 volgen.

Bar gisooyat ey jan, kamtar zan shane


Kam je haar minder, mijn geliefde

Chon dar chin o shekanash darad dele man kashane

Want mijn hart heeft een huis in je krullen

Bogsha ze mooyat gerehi chand ey mah


Maak een paar knopen los uit je haar, o maan

Ta bogshai gerehi shayad ze dele divane

Je kan misschien een knoop losmaken uit mijn gekke hart

Del dar mooyat darad khane


Mijn hart heeft een huis in je haar

Majrooh gardad cho zani har dam shane

Mijn hart zou gewond zijn als je elke keer je haar kamt

Dar halgheye mooyat bas del asirast


Veel harten zijn gevangen in de ketting van je haar

Binam khoonin dele in o an sare har dandane

Ik zie bloedende harten op elke tand van de kam

Iran stuurt in de zomer een aap de ruimte in

Iran heeft plannen om in de zomer een levende aap de ruimte in te sturen. Dat meldde het hoofd van de Iraanse ruimtevaartorganisatie Hamid Fazeli donderdag, volgens staatsmedia.

De nieuwe raket met de aap wordt gelanceerd tot een hoogte van 120 kilometer. Tijdens de onthulling van de raket, de Kavoshgar-5 (Explorer-5), verklaarde Fazeli dat een ruimtereis met een groot dier een vlucht met mensen dichterbij brengt. De eerste bemande ruimtevlucht staat volgens Iran gepland voor 2020. Het land heeft al eerder kleinere dieren de ruimte ingestuurd zoals ratten, schildpadden en wormen.

Woensdag stuurde Iran al met succes een observatiesatelliet de ruimte in, de Rassad-1 (Observatie-1). Die zal elke 24 uur 15 keer rond de aarde gaan en foto’s van onze planeet naar de aarde doorsturen. De satelliet is het werk van de Malek Ashtar Universiteit van Tehran, die wordt gelinkt aan de machtige Iraanse Revolutionaire Garde.

Het westen heeft zorgen geuit over het ruimtevaartprogramma van de islamitische republiek. Het is bang dat dit nucleaire kernkoppen kan voortbrengen. Iran heeft dit echter herhaaldelijk ontkend.

Ondertussen circuleren op Facebook foto’s van president Ahmadinejad, en wordt gehoopt dat hij de aap zal zijn die in de zomer de ruimte wordt ingestuurd.

bronnen: ANP, AFP, eigen berichtgeving