Gedicht van Rumi: vanaf nu wél elke week

Met mijn excuses voor de vertraging: ik had wekelijks een vertaling van een gedicht van Rumi beloofd, maar het was eventjes druk. Vanaf nu: elke week!

Deze keer een toepasselijk gedicht van Rumi over de winter.

MIJN SLECHTSTE GEWOONTE

Mijn slechtste gewoonte: zo moe word ik van winter
dat ik een marteling ben voor mijn omgeving.

Wanneer jij hier niet bent, groeit niets.

Alle helderheid verlaat mij. Mijn woorden
raken verward en verstrikt.

Hoe stinkend water genezen? Stuur het terug naar de rivier.
Hoe slechte gewoontes genezen? Stuur me terug naar jou.

Wanneer water opgezogen wordt door de bekende draaikolken
graaf dan door de bodem een uitweg
naar de oceaan. Er is een geheim medicijn

bestemd alleen voor hen die zoveel pijn hebben
dat alle hoop verdwenen is.

Zij die hopen zouden zich benadeeld voelen als ze het wisten.
Kijk zo lang je kan naar de vriend van wie je houdt,
of die vriend nu uit het zicht verdwijnt
of weer naar je toekomt.

Warme, groene harten

Eigenlijk was het niet de bedoeling dat hij het allemaal zou meemaken. De bange blikken in de straten van Teheran. De kreten van verzet die ’s nachts als razend vuur overslaan van dak tot dak. De gesprekken in het benzinestation en bij de bakker die vandaag alléén nog maar over politiek gaan. Zijn zoon van zeventien die af en toe het huis uitglipt om te demonstreren tegen het regime, en zijn moeder daarmee de donkerste uren van haar leven bezorgt.

Anno 2010 in Teheran leven en getuige zijn van het meest bepalende moment in de geschiedenis van de Islamitische Republiek – nee, dat was niet het plan van Hossein. In 1976 verliet hij Iran – hij was toen zestien – en ging hij in het buitenland studeren. Zijn vader, lid van een communistische partij die zich verzette tegen de shah, wilde dat zijn zoon de wereld ontdekte. In een Aziatisch land werd Hossein verliefd op “de mooiste vrouw die hij ooit gezien had”, en al snel besloten ze om na hun studie naar Amerika te verhuizen. Toen de straten van Teheran in januari 1979 in brand stonden, zag Hossein de beelden alleen op televisie. Dagelijks belde hij met zijn vader, in wiens stem steeds meer opwinding doorklonk: het corrupte regime van de shah zou vallen en weldra zou alles anders worden. Iran een paradijs, de bevolking eindelijk vrij, de communisten niet langer ondergronds en de hoop herrezen. Op 11 februari 1979 was het zover: het regime van shah Reza Pahlavi viel, en Iran werd een Islamitische Republiek met ayatollah Khomeini aan het hoofd.

Hossein deelde de vreugde van zijn vader en zijn landgenoten, maar zijn leven in Iran was een afgesloten hoofdstuk: het vaderland was een vakantiebestemming geworden. Tot plots in 1980 de oorlog met Irak uitbrak. “Ik kon niet meer slapen. Ik kon niet meer eten. Ik zag mijn landgenoten sterven in de loopgraven en nam een radicaal besluit. Ik verliet de vrouw van wie ik hield en keerde terug naar Iran. Bij de grens met Turkije vroegen ze me of ik gek was geworden. Iedereen verliet het land, maar ik wilde naar binnen. Voor mij was de oorlog de druppel. Het was mijn plicht om te vechten tegen Irak. Geen vrouw die me kon tegenhouden.”

Tijdens de bloedige Iran-Irakoorlog (1980-1988) zag Hossein tientallen vrienden sterven. “Het was de hel. En toch: ik was soms minder angstig op het slagveld dan de afgelopen maanden in de straten van Teheran. In een oorlog is er structuur. Er zijn wetten en regels. Vandaag hoor ik de Islamitische Republiek daveren op zijn grondvesten, en ik ben bang voor de wetteloosheid en de chaos die misschien zullen volgen. Niet bang voor mijn eigen toekomst. Wel voor die van mijn zoon, wiens leven nog moet beginnen.”

De stem van vuil en stof

Het was op Ferdousi Square, in hartje Teheran, dat ik Hossein voor het eerst ontmoette. Na een reportage van drie weken door het Iraanse binnenland kwam ik op 21 juni weer aan in de hoofdstad, die een belegerde plek was geworden. De dag voordien was Neda Agha Soltan doodgeschoten, de jonge vrouw die sindsdien is uitgegroeid tot het symbool van het verzet tegen het Iraanse regime. De straat opgaan was gevaarlijk, maar ik deed het toch: ik moest geld wisselen om mijn (verplichte) terugkeer naar België te betalen. In het wisselkantoor stond een groep mensen muisstil te staren naar een televisiescherm waarop de legendarische traditionele zanger Mohammed Reza Shajarian te zien was. Hij bezong de liefde in een decor dat uit Duizend-en-één-nacht leek te komen, en ik begreep het niet: een tiental Iraniërs, anders erg spraakzaam in groep, luisterde in volstrekte stilte naar muziek. Op veel gezichten las ik droefheid en woede. Hossein zag mijn vertwijfeling en stapte op me af. “Khabar negar hastin, bent u journalist?” Ja, antwoordde ik, en hij legde me de grote aandacht voor Shajarian uit. President Ahmadinejad had op 18 juni de demonstranten tegen de uitslag van de presidentsverkiezingen ‘vuil’ en ‘stof’ genoemd, en daarop had Shajarian meteen fel gereageerd: hij vroeg de staatsradio zijn liedjes niet langer uit te zenden. “Mijn stem is de stem van vuil en stof en dat zal altijd zo blijven.” Meteen begreep ik wat er in het wisselkantoor aan de hand was: kijken naar een optreden van Shajarian was een vorm van stil protest tegen het regime.

Meer dan een half jaar na de betwiste presidentsverkiezingen van 12 juni 2009 is het protest in Iran niet langer stil. De Groene Beweging is strijdvaardiger dan ooit en heeft grootse protesten aangekondigd op 11 februari – ‘22 Bahman’ in de Perzische kalender, en de dag waarop in 1979 het regime van de shah viel en Iran een Islamitische Republiek werd. De Groene Beweging roept onder meer op Facebook de bevolking én de wereld op om op 22 Bahman massaal te demonstreren tegen het regime.

Nooit meer slapen

Sinds die dag in het wisselkantoor zijn Hossein en ik in contact gebleven. Per mail, soms per telefoon, maar gemakkelijk verloopt de communicatie niet: er zijn dagen waarop het regime het internet en mobiele telefoonverkeer platlegt. Vaak kan Hossein de slaap niet vatten. Hij steunt de Groene Beweging, gelooft in hun gevecht, maar wat gebeurt er als zij het regime omverwerpen? Wordt het beter in Iran, of wordt het net erger? Het is een angst die hij deelt met veel Iraniërs van zijn generatie: ook zij streden tegen een dictatoriaal regime, maar kregen een nieuw schrikbewind in de plaats. Zijn zoon Saaed verwijt het hem soms: de strijd die zijn leeftijdsgenoten vandaag leveren is het gevolg van de ‘foute’ Revolutie van hun ouders. Maar voor Hossein was de Revolutie geen vergissing. “Natuurlijk heeft onze generatie fouten gemaakt, zowel voor als kort na de Revolutie. Maar de Revolutie zelf was een goede zaak. De jongeren in Iran hebben het regime van de shah niet meegemaakt. Wanneer ze hun ouders de wantoestanden van 31 jaar Islamitische Republiek voor de voeten gooien, voegen ze daar al te gemakkelijk aan toe dat het onder de shah veel beter was. Maar ze vergeten dat de shah óók een tiran was. De grootste Perzische koningen zijn altijd de vader van hun volk geweest. Dat was het laatste wat je van de shah kon zeggen. Toen in 1971 het feest van 2500 jaar Perzische monarchie werd gevierd, ging hij als een dwaze voor het graf van koning Cyrus de Grote staan. Weet je wat hij zei? Ik, de koning der koningen van Iran, groet u namens mezelf en mijn volk. Slaap in vrede, want wij zijn wakker, en we zullen altijd wakker blijven. Dát was de shah. Grootheidswaanzin en arrogantie. Hij was absoluut niet wakker. Hij sliep en hij was blind voor de verzuchtingen van zijn volk. Erger nog: hij vertrouwde zijn volk niet. Daarom is het goed dat de Iraniërs hem in 1979 een lesje hebben geleerd. Ze lieten hun macht zien aan een dictator die zijn onderdanen, zoals Khomeini zei, als honden behandelde. Maar toch heeft mijn zoon ook gelijk: met de ayatollahs is het alleen maar erger geworden. Zelfs mijn vader, die communist was, hield van Khomeini en geloofde dat hij goed was voor Iran. Maar we vergisten ons. We zijn bedrogen, en de woede daarover ligt al 31 jaar te smeulen onder de grond van dit land. Ik geloof dat we die woede met ons bloed aan onze kinderen hebben doorgegeven, en dat zij de vulkaan zullen doen uitbarsten. Mijn zoon is geen harde demonstrant. Als het gevaarlijk wordt, keert hij meteen terug naar huis. Maar zelfs in de alledaagse dingen die hij doet, merk ik dat niemand het gevecht van de jonge generatie voor vrijheid kan tegenhouden. Hij speelt basketbal en droomt over een leven als NBA’er in Amerika. Zelfs zijn voorzichtige vader heeft hij zover gekregen om ’s avonds van ons huis een disco te maken. In Iran is dansen op westerse muziek verboden, maar wij hebben er iets op gevonden. Op een paar kasten in de woonkamer leggen we grote zaklampen waarop ik gekleurde folie heb gekleefd. De flashlights doen hun werk, en mijn zoon geniet. Als ik op die momenten naar hem kijk, denk ik vaak aan de woorden van ayatollah Khomeini, die ooit zei dat Allah de mens niet heeft geschapen opdat hij plezier zou hebben, en dat een islamitisch regime op elk vlak ernstig moet zijn. Ik heb respect voor het gevecht van Khomeini tegen de shah, maar hij vergiste zich. De Islamitische Republiek bestaat straks 31 jaar, en de mensen hebben er genoeg van. Ze willen weer plezier kunnen maken. Eigenlijk is dat de kern van de zaak.”

Wanneer ik enkele dagen na mijn telefoongesprek met Hossein deze tekst neerschrijf, denk ik aan Ahmad Shamloo, de beroemdste Perzische dichter uit de 20ste eeuw die heeft neergeschreven hoezeer mensen kunnen hopen en dromen wanneer alles rond hen chaos en wanhoop lijkt: ik denk/ dat mijn hart/nooit zo warm en rood is geweest:/ik voel/dat in mijn hart/duizend bronnen van de zon,/tijdens de ergste minuten van deze dodelijke/nacht/borrelen van geloof.

Ik denk dat Iran op 22 Bahman een dodelijke nacht zal kennen, maar ik voel dat Hossein en zijn zoon de stem vertolken van miljoenen Iraniërs wier hart nog nooit zo warm en groen is geweest, en borrelt van geloof in een land waarin plezier geen doodzonde maar een mensenrecht is.

Hossein en Saeed zijn, om veiligheidsredenen, fictieve namen

Iran begint dinsdag met verrijking van uranium tot 20 procent

Iran begint dinsdag met het verrijken van uranium tot een splijtbaar gehalte van 20 procent. Dat meldde de Iraanse staatstelevisie zondagavond. De Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad gaf eerder op de dag het Iraanse atoomenergieagentschap opdracht om het verrijkingsproces te beginnen. Maar het staatshoofd gaf geen datum voor de start.
De productie van hoog verrijkt uranium is de grootste zorg die de internationale gemeenschap heeft over het nucleaire programma van Iran. Het kan namelijk worden gebruikt voor nucleaire wapens. Iran zegt verrijkt uranium te willen gebruiken als brandstof voor de twee kerncentrales die het land bouwt. Voor dat doel is echter verrijkt uranium met een splijtbaar gehalte van ongeveer 3 procent nodig.
De strijd met het Westen, dat niet wil dat Iran zelf uranium verrijkt uit vrees voor een kernwapen, dreigt door de nieuwe stap van Iran verder te escaleren.
bron: de Volkskrant

Eerste Iraanse vrouw op Olympische Winterspelen

Tussen alle minder leuke berichten over Iran door nog een keer een positief nieuwtje: Iran is volgende maand bij de Olympische Winterspelen voor het eerst vertegenwoordigd door een vrouw. De 21-jarige skiester Marjan Kalhor (zie foto) kon zich op de slalom en de reuzenslalom kwalificeren.
Kalhor moet zich in Canada wel aan de regels van de islam houden. Ze zal op de piste haar haren moeten bedekken en haar lichaamscontouren mogen niet zichtbaar zijn. Naast de skiester doen er in Vancouver nog twee Iraniërs mee, de broers Pourya en Hossein Saveh-Shemshaki.
De Olympische Winterspelen vinden plaats van 12 tot en met 28 februari, in het Canadese Vancouver.
bronnen: NOS Sport, Het Nieuwsblad

Foto’s van mijn reis door Iran: Bandar Abbas

In mijn reeks foto’s over mijn reis door Iran is deze keer Bandar Abbas aan de beurt. Het was het meest zuidelijke punt van onze reis: Bandar Abbas is een havenstad in de Perzische Golf. Het was er bloedheet – 42 graden om precies te zijn. Hoogtepunt van ons verblijf in deze stad was varen door de Straat van Hormuz – een belangrijke scheepvaartroute; zo wordt 40 procent van alle olie aangevoerd via de Straat van Hormuz.

Foto’s van mijn reis door Iran: YAZD

De zesde halte op de Trans-Iraanse Spoorlijn die fotograaf Pieter-Jan De Pue en ikzelf volgden in juni van vorig jaar: Yazd. Een stad midden de Iraanse woestijn, waar verdwalen in de smalle straatjes een doel op zich is. Yazd is de thuisbasis van het zoroastrisme, de religie van Perzië voor het door de islam veroverd werd. Zij mogen wél alcohol drinken, maar toen iemand me een glas wijn aanbood, heb ik toch maar wijselijk dat aanbod afgeslagen.

Foto’s van mijn reis door Iran: ISFAHAN

In mijn reeks foto’s over mijn reportage in Iran vandaag deel 5: Isfahan. ‘De halve wereld’, noemde de Franse dichter Mathurin Régnier de stad in de 16de eeuw, en hoewel Isfahan vandaag wat zijn Perzische glorie verloren heeft, kan ik me perfect voorstellen dat hij toen overschot van gelijk had. In mijn boek is Isfahan trouwens het langste hoofdstuk geworden: over de stad raak je nooit uitgepraat, en ik was er op 12 juni, de dag van de beruchte presidentsverkiezingen.

Rumi, de meester

Vanaf nu kan u elke week op mijn blog een Nederlandse vertaling lezen van een gedicht van de Perzische dichter Rumi (120-1273). Naast die van Hafez is er geen Perzische poëzie die mij meer kan betoveren dan die van Djalal ad-Din Rumi. Geen dichter ook die de liefde mooier bezongen heeft dan hem – of wat dacht u hiervan?

WANNEER JE ZWAARD

wanneer je zwaard
mijn nek bereikt
zullen mijn ogen zich
niet afwenden
van je gezicht

wanneer mijn mond
omzwachteld
dicht is
en dit lichaam achtergelaten
in het vuil
zullen mijn ogen zich
niet afwenden
van je gezicht

ik vraag niets
niets van jou
behalve je schoonheid
je keizerlijke schoonheid