Censuur slaat toe op Tehran Book Fair

In de Iraanse hoofdstad vindt van 6 tot 16 mei de Tehran Book Fair plaats, al is het maar de vraag of we van een boekenbeurs die naam waardig kunnen spreken. Veel boeken, dat wel, maar zo groot is de censuur dat het bij momenten tragikomisch wordt. Het lijstje van boeken die verboden zijn op de Tehran Book Fair, is eindeloos.

De conservatieve website Tabnak bracht verslag uit van enkele westerse titels die op de Tehran Book Fair niet toegelaten zijn. Het gaat bijvoorbeeld om Why Politics Can’t Be Freed From Religion en Power, Islam and the Political Elite in Iran. Volgens Tabnak staan in dat laatste boek ‘oneerlijke beoordelingen van Iran’. Tabnak meldt daarnaast dat alle boeken over de Holocaust, ‘meditatie’ en ‘zen-therapie’ verboden zijn, alsook werken die handelen over Iran als een land dat Hamas en het terrorisme steunt.

De Iranian Writer’s Assocation heeft in een mededeling de toenemende druk op onafhankelijke uitgevers en ‘de stijgende trend van censuur en culturele onderdrukking’ aangeklaagd.

Op de Tehran Book Fair zijn intussen boeken van de dissidente Iraanse geestelijken ayatollah Montazeri en ayatollah Sanei weggehaald. Verschillende Iraansenieuwssites melden dat alleen publicaties die verschenen zijn sinds Ahmadinejad in 2005 aan de macht kwam, er voorgesteld mogen worden. Zelfs werk van de vooraanstaande schrijver Hoshang Golshiri en dichteres Forough Farrokhzad is verbannen.

De Tehran Times meldt dat het Egyptische paviljoen op de Tehran Book Fair gesloten werd omdat het een boek aanbood waarin de Perzische Golf ‘Arabische Golf’ wordt genoemd. Hossein Sajedinia, hoofd van de politie van Teheran, zei dat agenten verkleed als bezoekers op een boek stuitten met de titel ‘Arabian Gulf Encyclopedia’, waarop de Egyptenaren mochten opkramen.

Bijna lachwekkend is dit, als het niet zo tragisch zou zijn: de politie van Tehran houdt zich bezig met verkleedpartijtje spelen op de Book Fair, terwijl in diezelfde stad zondag vijf Koerden zonder enige vorm van proces opgehangen zijn.

Vertaling van de laatste brief van Farzad Kamangar

Een van de vijf geëxecuteerde Koerden, Farzad Kamangar, heeft een erg ontroerende laatste brief geschreven vanuit de gevangenis. Hij verwijst erin naar het beroemde Perzische kinderverhaal Mahiye siahe kuchulu, ‘Het kleine zwarte visje’, dat ik trouwens net vertaald heb. Dat is een verhaal uit 1968 van Samad Behrangi, net als Farzad een leraar die vermoord werd door het regime, maar dan dat van de shah. ‘Het kleine zwarte visje’ is ook een allegorie voor het verzet tegen een dictatoriale levenswijze, tegen isolement, tegen onwetendheid.

Hier volgt de Nederlandse vertaling van de erg ontroerende laatste brief van Farzad. Verspreid hem, zodat hij niet vergeten wordt.

Wees sterk, kameraden

Er was eens een vis die 10.00 eitjes had gelegd. Alleen één zwart visje overleefde. Hij leeft samen met zijn moeder in een beek. Op een dag zei het kleine visje tegen zijn moeder: “Ik wil hier weg.” De moeder zei: “Waar naartoe?” Het kleine visje antwoordde: “Ik wil gaan kijken waar de beek eindigt.”

Gegroet, celgenoten. Gegroet, vrienden in pijn!

Ik ken jullie goed: jullie zijn de leraren, de buren van de sterren van Khavaran[1], de klasgenoten van tientallen mensen wier teksten tegen hen werden gebruikt, de leraren van studenten wier enige misdaad hun gedachten waren. Ik ken jullie goed: jullie zijn de collega’s van Samad[2] en Ali Khan. Jullie herinneren zich mij, toch?

Ik ben het, degene die vastgeketend zit in de Evin-gevangenis.

Ik ben het, de stille student die in de kapotte schoolbanken zit en verlangt om de zee te zien in een afgelegen dorp in Kurdistan. Ik ben het, die net als jullie de verhalen van Samad aan zijn studenten vertelde.

Ik ben het die graag de rol van het kleine zwarte visje op mij neemt.

Ik ben het, jullie kameraad die ter dood veroordeeld is.

De valleien en de bergen liggen nu achter hem en de rivier stroomt door een vlakte. Links en rechts voegen andere riviertjes zich bij de rivier, die nu vol water is. Het kleine visje geniet van zo overvloedig veel water…het kleine visje wilde naar de bodem van de rivier gaan. Hij kon zoveel zwemmen als hij wilde en botste nergens tegenaan.

Plots zag hij een grote groep vissen. Er waren er 10.000, waarvan één tegen het kleine zwarte visje zei: “Welkom in de zee, vriend!”

Mijn gevangen collega’s! Is het mogelijk om achter dezelfde schoolbank als Samad te zitten, te kijken in de ogen van de kinderen van dit land en te zwijgen?

Is het mogelijk om een leraar te zijn en aan de kleine vissen van dit land niet de weg naar de zee te tonen? Wat doet het er toe of ze uit de Aras komen, of de Karoon, de Sirvan, of de Sarbaz Rood? Wat doet het er toe, als de zee een gemeenschappelijk doel is, dat ons allen verenigt? De zon is onze gids. Laat de gevangenis onze beloning zijn – het zij zo!

Is het mogelijk om de zware last te torsen van het leraarschap en verantwoordelijk te zijn voor het planten van de zaadjes van kennis, en toch stil te blijven? Is het mogelijk om de krop in de keel van onze leerlingen te zien en hun dunne en ondervoede gezichten, en stil te blijven?

Ik kan me niet voorstellen een leraar te zijn in het land van Samad, Khan Ali en Ezzati en me niet bij de eeuwige Aras-rivier te voegen. Ik kan me niet voorstellen om getuige te zijn van de pijn en armoede van de inwoners van dit land en niet onze harten aan de rivier en de zee te geven, te bulderen en te overstromen.

Ik weet dat op een dag deze harde en ongelijke weg voor de leraren geplaveid zal zijn, en dat jullie lijden een ereteken zal zijn, zodat iedereen kan zien dat een leraar een leraar is, zelfs wanneer zijn weg geblokkeerd wordt door gevangenis en executie.

Het kleine zwarte visje en niet de reiger is de eer van de leraar.

Het kleine visje zwom rustig in de zee en dacht: De dood ontmoeten is niet lastig voor mij, noch heb ik spijt. Plots dook de reiger naar beneden en greep het kleine visje.

Oma vis beëindigde haar verhaal en vertelde haar 12.000 kinderen en kleinkinderen dat het bedtijd was. 11.999 kleine visjes zeiden ‘goedenacht’ en gingen slapen. Ook de grootmoeder ging naar bed. Alleen één klein rood visje kon de slaap niet vatten. Hij dacht diep na…

Farzad Kamangar

Een leraar, ter door veroordeeld, Evin-gevangenis


[1] Een kerkhof in het oosten van Teheran waar veel politiek gevangenen geëxecuteerd werden.

[2] Samad Behrangi, auteur van Mahiye siahe kuchulu of Het kleine zwarte visje.

"Mijn Farzad is trots naar buiten gekomen"

De Iraanse autoriteiten weigeren voorlopig de lichamen vrij te geven van de vijf Koerden die zondag geëxecuteerd werden . Verschillende bronnen zeggen dat ze de doden pas willen vrijgeven als de families zich keren tegen welke protesten ook naar aanleiding van hun dood. Corruptie ten top. Ontroerend vond ik de woorden van de moeder van de vermoorde Farzad Kamangar: “Mijn plicht als de moeder van Farhad is net begonnen. Ik heb Farhad bij ontmoetingen in de gevangenis vaak verteld dat hij trots de gevangenis zou verlaten, en mijn wens is waarheid geworden. Mijn Farzad is trots naar buiten gekomen.”

http://www.astreetjournalist.com/




Ter ere van Farzad en de andere vermoorde visjes

Ter nagedachtenis van de vijf geëxecuteerde Iraanse Koerden (zie bericht van gisteren) breng ik hier alvast een kort stukje van mijn vertaling van Het kleine zwarte visje, het kinderverhaal waarnaar Farzad verwees in zijn laatste brief vanuit de gevangenis.

شب چله بود. ته دریا ماهی پیر دوازده هزار تا از بچه ها و نوه هایش را دور خودش جمع کرده بود و برای آنها قصه می گفت

«یکی بود یکی نبود. یک ماهی سیاه کوچولو بود كه با مادرش در جویباری زندگی می کرد.این جویبار از دیواره های سنگی کوه بیرون می زد و در ته دره روان می شد. خانه ی ماهی کوچولو و مادرش پشت سنگ سیاهی بود؛ زیر سقفی از خزه. شب ها ، دوتایی زیر خزه ها می خوابیدند. ماهی کوچولو حسرت به دلش مانده بود که یک دفعه هم که شده، مهتاب را توی خانه شان ببیند!

مادر و بچه ، صبح تا شام دنبال همدیگر می افتادند و گاهی هم قاطی ماهی های دیگر می شدند و تند تند ، توی یک تکه جا ، می رفتند وبر می گشتند. این بچه یکی یک دانه بود – چون از ده هزار تخمی که مادر گذاشته بود – تنها همین یک بچه سالم در آمده بود.

چند روزی بود که ماهی کوچولو تو فکر بود و خیلی کم حرف می زد. با تنبلی و بی میلی از این طرف به آن طرف می رفت و بر می گشت و بیشتر وقت ها هم از مادرش عقب می افتاد. مادر خیال میکرد بچه اش کسالتی دارد که به زودی برطرف خواهد شد ، اما نگو که درد ماهی سیاه از چیز دیگری است!

یک روز صبح زود، آفتاب نزده ، ماهی کوچولو مادرش را بیدار کرد و گفت:

«مادر، می خواهم با تو چند کلمه یی حرف بزنم».

Het was de langste, koudste nacht van het jaar. Diep op de zeebodem had een oude vis 12.000 van haar kinderen en kleinkinderen verzameld. Ze begon hen een verhaal te vertellen:

“Er was eens een klein zwart visje dat met zijn moeder in een beek leefde. De beek kwam uit een rotswand en stroomde door de bodem van een vallei. Hun huis bevond zich achter een zwarte rots. Ze sliepen er ’s nachts samen onder een hemel van mos. Er was niets wat het kleine zwartje visje liever wilde dan één keer de maneschijn in hun huis te zien.

Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat zwommen moeder en kind achter elkaar. Soms mengden ze zich onder andere vissen, en dan snelden ze kleine plekjes in en uit. Het visje was enig kind. Van de 10.000 eitjes die zijn moeder gelegd had, was hij de enige overlevende.

Al een paar dagen was het kleine visje diep in gedachten verzonken. Hij sprak maar weinig en gleed lusteloos heen en weer. Meestal kwam hij een eindje achter zijn moeder aangezwommen. Zij dacht dat haar kind ziek was en zich snel weer beter zou voelen. Maar eigenlijk was het visje niet ziek. Het had last van iets helemaal anders!

Vroeg op de morgen, nog voor de zon was opgestaan, maakte het kleine visje zijn moeder wakker en zei:

“Moeder, ik moet met u praten.”

Niet stil blijven

Weer een zwarte dag voor Iran; weer een dag waarop mijn tien vingers zich tot twee vuisten ballen. Vanmorgen zijn in de beruchte Evin-gevangenis in Teheran vijf politiek gevangenen uit Koerdistan opgehangen: Farzad Kamangar, Ali Heydarian, Farhad Vakili, Mehdi Eslamian en Shirin Alam Holi. De vijf zouden banden hebben gehad met “antirevolutionaire groeperingen”. Dat meldt het officiële Iraanse persbureau IRNA. Shirin Alam Holi, Farzad Kamangar, Ali Heydarian, Farhad Vakili en Mehdi Eslamian werden beschuldigd van “terreurdaden, waaronder bomaanslagen tegen overheidsgebouwen in verschillende Iraanse steden”, zo meldt IRNA. Over welke feiten het precies ging, werd geen informatie bekendgemaakt. Iran zegt dat de vijf lid waren van de pro-Koerdische groepering PJAK, de Partij voor een Vrij Leven van Koerdistan (PJAK), die nauwe banden heeft met de Arbeiderspartij van Koerdistan (PKK).

De bekendste van de vijf was Farzad Kamangar (1975). Hij was twaalf jaar lang leraar in het Koerdische dorp Kamiaran. Op 19 augustus 2006 werd hij gearresteerd. Kamangar wordt wel eens vergeleken met de beroemdste leraar van Iran: de schrijver Samad Behrangi, die met zijn wereldberoemde kinderverhaal Mahiye siah kuchulu (1968) of Het kleine zwarte visje ook zijn verzet uitte tegen het regime van de sjah en tegen een dictatoriale levenswijze. Tijdens de Iraanse Revolutie van 1979 was dit een veelgehoorde leuze: Rahe Samad rahe mast, Samad moalleme mast. Vertaald: De weg van Samad is onze weg, Samad is onze leraar.

Lees hier de laatste brief van Farzad Kamangar vanuit de gevangenis, waarin hij ook verwijst naar Samad Behrangi. “Is het mogelijk,” schrijft hij, “om achter dezelfde tafel als Samad te zitten, te kijken in de ogen van de kinderen van dit land, en stil te blijven?”

Nee, het is niet mogelijk, en stil mogen we niet zijn. Al sinds een paar maanden ben ik bezig met een Nederlandse vertaling van Het kleine zwarte visje. Zeker vandaag is het verhaal belangrijker dan ooit.


‘No One Knows about Persian Cats’: tussen hoop en wanhoop

Vandaag was de eerste dag die aan zomer deed denken, de eerste dag waarop we de zaligheid van zon op onze huid konden voelen, de eerste dag waarop ik eigenlijk niet binnen mocht blijven, maar ik bleef de voorbije twee uur binnen en keek op het internet naar No One Knows about Persian Cats (Kasi az gorbehaye irani khabar nadareh’) van Bahman Ghobadi. De regisseur heeft de toestemming gegeven om van zijn nieuwste prent ook ‘publiek bezit’ te maken en hem dus op het internet te plaatsen.

No One Knows about Persian Cats heeft me ondersteboven gehaald. De film heeft me doen lachen en huilen, en dat is alles wat je van goede cinema mag verwachten. Ik vat het verhaal kort samen. Muzikant Ashkan en zangeres Negar komen net uit de gevangenis van Teheran. Hun misdrijf: ze hebben opgetreden zonder de juiste vergunning. Hun nieuwe plan: een bandje vormen om daarmee een soort afscheidsconcert te geven in Teheran en dan naar Londen te emigreren. Maar daarvoor moeten ze dus niet alleen op zoek naar gelijkgestemde muzikale zielen, maar ook naar vergunningen, paspoorten en visa. Ze komen in contact met Nader, een notoire ritselaar die een handeltje drijft in illegale dvd’s en die hen bezweert dat hij over de nodige contacten beschikt om een en ander snel geregeld te krijgen.

 Er volgt een chaotische rondleiding langs de underground indie-rockscene van Teheran, met allerlei rock-, rap- en andere groepjes die hun muzikale passie niet alleen – letterlijk – onder de grond uitleven, maar ook op daken, op een verdieping van een in opbouw zijnde wolkenkrabber en zelfs in een stal.

Deze film legt voor mij op een tragikomische manier de ziel van de Iraanse jongeren bloot zoals ik die ervaren heb tijdens mijn maand reportage in Iran. ‘Balancerend tussen hoop en wanhoop’: dat is hoe ik die ziel misschien nog het best kan beschrijven. Ashkan en Negar willen alleen maar wat zoveel jongeren over de hele wereld willen: muziek maken en zich laten horen aan een publiek. Maar het mag niet. Niets mag in Iran. En toch: alles gebeurt, achter de schermen, achter de ramen, achter de deuren, en in deze film over de undergrond muziekscene: onder de grond.

Dat stiekeme gedoe leidt in No One Knows about Persian Cats tot veel wanhoop. Ik zag de wanhoop in de ogen van Negar, die dapper probeert te blijven maar die je ziet denken hoe het toch in godsnaam mogelijk is dat ze niet gewoon op een podium haar Engelstalige indie-rockliedjes kan laten horen. Ik hoorde de wanhoop in de stem van Nader, die aan de politie moet uitleggen waarom hij Amerikaanse films in zijn bezit heeft, en daarover tien minuten lang moet liegen – jammer genoeg is ook dat liegen een deel van de Iraanse ziel, want wie in Iran niet leert te liegen, haalt het gewoon niet.

Wanhoop, dus, maar toch ook hoop, en dat deed me er opnieuw aan denken hoe trots ik ben op de titel die ik voor mijn boek heb gekozen. ‘Duizend-en-één dromen’: het geldt ook voor de jongeren in deze film. Toen de eindgeneriek afspeelde, rolden de tranen over mijn wangen. Maar huilen heeft geen zin, en alleen maar de beklijvende eindscène in je hoofd vasthouden evenmin. Het is de hoop in de film waarover ik het moet hebben – het is dat wat ik moet onthouden en verder vertellen, als mijn plicht, als mijn taak, uit liefde voor Iran.

Dit wil in mijn hoofd vasthouden – het liedje dat je hoort wanneer je tegelijk de beklijvende en tragische eindscène van de fim ziet:

I want a home with you

I want a home with a window to the see

I want a tree on a porch

and a swing

I want a bed to rest my head

to sleep

till the sun comes

Duizend-en-één dromen, opnieuw. Wanhoop, maar ook deze jongeren blijven dromen. Kijk naar No One Knows about Persian Cats en huil en deel het verdriet van het Iraanse volk, maar onthou daarna dat ene zinnetje op het einde van de film:

I wanna walk with you down the foggy streets to the land of evergreen

Iran als een land dat altijd groen is: dat zal ik onthouden. De hoop. Niet de wanhoop, want die helpt ons niet vooruit.

Vrouwen laten hun decolleté zien als reactie op uitspraak Iraanse geestelijke

Eerder deze week berichtte ik op deze blog dat de Iraanse geestelijke Kazem Sedighi tijdens het vrijdaggebed in Teheran zei dat ‘losbandige vrouwen’ aardbevingen kunnen veroorzaken – wat tot media-aandacht en verontwaardiging over de hele wereld leidde.

De Amerikaanse studente Jen McCreight laat het daar niet bij, en is met een prachtig initiatief op de proppen gekomen: BOOBQUAKE! Op haar weblog riep ze vrouwen over de hele wereld op om op maandag 26 april hun decolleté te laten zien, en te testen of de aarde daar inderdaad gaat van beven.
Het nieuws verspreidt zich intussen als een lopend vuurtje over het internet. Op het moment dat ik dit bericht schrijft, heeft de Facebook-groep BOOBQUAKE al 80.000 leden.
Mooi vind ik dit: vrouwen (en mannen) die wereldwijd de Iraanse geestelijken op hun nummer zetten.
Spread the news!

Sohrab Sepehri 30 jaar geleden overleden

Gisteren was het 30 jaar geleden dat de beroemde Perzische dichter Sohrab Sepehri overleed. In mijn boek Duizend-en-één dromen heb ik geschreven over hoe ik in Iran plots bij zijn graf stond: op weg naar Kashan zagen we vanuit de taxi een prachtige moskee in het onooglijke dorpje Mashhad Ardehal. We besloten even halt te houden. Onze gids Ahmad wist niet dat Sohrab Sepehri in het Emamzadeh Soltan Ali ebne Imam Mohammed Baqer – de naam van de moskee – lag begraven, maar taxichauffeur Hamid kwam plots tot die ontdekking. Ik zal het nooit vergeten: ik sloeg een hoek van de moskee om en stond plots voor de grafsteen van een van mijn favoriete Perzische dichters.

Sohrab Sepehri (1928-1980) was naast dichter ook een van de belangrijkste modernistische schilders van Iran. Hij studeerde schilderkunst en daarna was hij enige tijd in dienst van de staat, maar in 1964 gaf hij zijn baan op om zich uitsluitend aan de poëzie en de schilderkunst te wijden. Sepehri reisde veel en verbleef ook enige tijd in de Verenigde Staten en in Parijs. In 1979 werd vastgesteld dat hij kanker had. Zijn reis naar Engeland voor behandeling was tevergeefs. Hij stierf een jaar later in Teheran en werd begraven in Mashhad Ardehal – ironie van het lot, want Sepehri wilde absoluut in zijn geboortestad Kashan begraven worden. Omdat hij een jaar na de Islamitische Revolutie stierf, wilden zijn vrienden en familie zijn graf echter beschermen tegen het revolutionaire geweld.
Zijn bekendste werk is De schreden van het water (‘Sedaye paye ab’). Een stukje poëzie van Sohrab om zijn sterfdag te herdenken. De laatste drie verzen sieren ook zijn grafsteen.

Een oase in het moment

Als je naar mij toe komt ben ik achter het niemandsland.

Achter het niemandsland is een plek.

Achter het niemandsland zijn de pluizen van

de paardenbloemen de aderen van de lucht

die over een uitgebloeide bloem berichten

op de verste struik van de aarde.

In het zand zijn er sporen van paardenhoeven – van tengere ruiters –

die `s ochtends naar de top van de papaver reden.

Achter het niemandsland is de parasol van het verlangen open:

tot een dorstige bries naar het binnenste van een blad rent.

De bel van de regen weerklinkt.

Hier is de mens eenzaam.

En in deze eenzaamheid glijdt de schaduw

van een iep tot in de eeuwigheid.


Als je naar mij toe komt

kom langzaam en zachtjes

anders breekt mijn fragiele, porseleinen eenzaamheid.



Drie mensen binnen één gezin ter dood veroordeeld in Iran

Alweer nieuws uit Iran om heel erg stil van te worden: de International Campaign for Human Rights liet weten dat drie mensen van één en dezelfde familie ter dood veroordeeld zijn nadat ze gearresteerd werden bij protesten tegen de verkiezingsuitslag. Het gaat om vader, moeder en zoon. Ook twee van hun naaste vrienden zijn ter dood veroordeeld. De beschuldiging: het sturen van videomateriaal en foto’s naar de Mujahedin-e Khalq, een oppositiegroep in ballingschap die volgens de VS een terroristische organisatie is. In januari 2009 verwijderde de Europese Unie de Mujahedin echter van hun lijst van terreurbewegingen.

Het proces dat aan de veroordeling voorafging was uiteraard (opnieuw) een showproces. Aaron Rhodes, een woordvoerder van International Campaign for Human Rights, zei dat de doodstraffen als doel hebben om de Groene Beweging in Iran te intimideren.

bron: Radio Farda

Iraanse geestelijke: "Losbandige vrouwen veroorzaken aardbevingen"

Van fanatieke Iraanse geestelijken heb ik al veel gekke dingen gehoord, maar bij dit bericht moest ik toch even met mijn ogen knipperen. Volgens hojatoleslam (middelhoge rang onder moslimgeestelijken) Kazem Sedeghi worden aardbevingen veroorzaakt worden door losbandige vrouwen die zich niet houden aan de strikte kledingsvoorschriften van de islam. Dat meldt het persagentschap AP.

“Vrouwen die zich niet zedig kleden, brengen het hoofd van de mannen op hol”, aldus Sedighi, die het vrijdaggebed in Teheran leidt. “Ze zijn een bedreiging voor de goede zeden en zetten aan tot seksuele omgang. Een direct gevolg hiervan is een grotere kans op aardbevingen.” Voor wie Perzisch spreekt, hier hoort en ziet u Sedighi aan het woord.

Recent nog wees de Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad op de catastrofale gevolgen die een aardbeving voor de hoofdstad Teheran zou hebben. Volgens hem zouden vijf miljoen mensen de stad moeten verlaten in het vooruitzicht van mogelijke aardschokken – in de Iraanse hoofdstad wonen momenteel ongeveer 13 miljoen mensen. De kans dat Teheran de volgende jaren door een grote aardbeving wordt getroffen is reëel: op zijn minst 100 breuklijnen lopen onder de stad. Volgens statistieken wordt Teheran gemiddeld om de 158 jaar getroffen door een aardbeving. De laatste grote aardbeving vond 172 jaar geleden plaats, vandaar dat men zich voorbereidt op een nieuwe grote schok.

“Wat kunnen we doen om te voorkomen dat we onder het puin bedolven raken?” vraagt Sedighi zich af. “Er is geen andere oplossing dan onze toevlucht te zoeken in ons geloof en ons leven aan te passen aan de islamitische morele codes.”

Ik hou mijn hart vast voor een zware aardbeving in Iran. De enige aardbeving die ik wil voor het land, is dat de breuklijnen die momenteel onder het fanatieke regime lopen definitief scheuren.