Sinds vorige week maandag ben ik terug in het land, na een reis van drie weken door Iran. Dat hadden er zes moeten zijn, maar vanwege de protesten tegen de verkiezingsuitslag werd ons visum niet verlengd. Tegen het eind van de zomer vertrek ik opnieuw voor een maand naar Iran.
Omdat ik in Iran geen toegang heb tot mijn eigen blog, verwijs ik uvoor mijn berichten uit Iran door naar dit adres:http://standaard.typepad.com/iran
Persepolis, Khomeini en plastische chirurgie
Het is elf uur plaatselijke tijd terwijl ik dit schrijf, en op televisie hoor ik Ahmadinejad zeggen dat wat hij de voorbije vier jaar als president gedaan heeft wél correct is en dat Mousavi het dus helemaal bij het verkeerde eind heeft. Teheran was vandaag nog meer dan gisteren in de ban van de verkiezingen: om half elf begon het eerste live debat tussen president Ahmadinejad en zijn belangrijkste hervormingsgezinde tegenstander, Mir-Hossein Mousavi. Net brachten we de avond door in Vali Asr, de langste laan van Teheran, en om de haverklap passeerde een toeterende auto met daarin vooral jonge Iraniërs die hun hoofd uit het raampje staken en onophoudelijk ‘Mousavi, Mousavi!’ scandeerden. Tijdens de drie uur dat ik in Vali Asr was, heb ik welgeteld twaalf auto’s gezien waarop een poster van Ahmadinejad hing, terwijl ik bij Mousavi na een half uur al de tel kwijtraakte. Zo luid was het enthousiaste gegil van de aanhangers van Mousavi dat het haast leek alsof hij net de verkiezingen gewonnen had. Ontelbaar ook het aantal keren dat jongeren naar me toe komen, een flyer van Mousavi in mijn handen duwen en met een brede glimlach zeggen: “Mousavi! He will win!” Meestal steken ze dan hun duim hoog in de lucht, en nog vaker maken ze het vredesteken. Toen ik dat een aantal keren met een vredesteken beantwoordde, was de vreugde niet te stuiten.
Vali Asr in Noord-Teheran is een welstellende buurt, en daar is de aanhang van Mousavi sowieso groter. Vanmorgen bezochten we het Imamzadeh Shah-e Abdal-Azim, een mausoleum in het armere zuiden van Teheran waar onder meer de broer van Imam Reza begraven ligt, en in die straten zijn het vooral posters van Ahmadinejad, Khomemei en Khamenei die de muren sieren. Ik was dan ook erg verrast toen ik ‘in het hol van de leeuw’ plots een groepje Iraanse jongeren zag dat luidkeels het liedje Yare dabestani zong, dat ten tijde van de Revolutie tegen de shah een symbool van protest was. “De sfeer is donker,” riepen ze, “jij en ik zijn vrienden, je bent mijn kameraad, wie anders dan jij kan mijn pijn verzachten. Onze handen zouden de woestijn van onze ongeletterdheid water moeten geven, het hart van de mensen die in deze woestijn leven is dood, onze handen zouden het gordijn dat ons zicht belemmert moeten scheuren.”
Hun boodschap was duidelijk: Iran moet veranderen. Ook duidelijk is dat het vooral jongeren zijn die dat tijdens deze verkiezingscampagne aan de wereld willen vertellen, maar dat heeft wat te betekenen in een land als dit, waar zeventig procent van de bevolking jonger is dan vijfentwintig. Toch zijn de dingen hier vaak niet wat ze lijken: toen ik vanavond uitzonderlijk de toestemming kreeg om in het hippe Noord-Teheran een heiligdom te bezoeken waar een broer van Imam Reza begraven ligt en in zwarte chador naar binnen ging, zag ik een meisje dat me buiten al was opgevallen: ze had geblondeerd haar en onder haar chador droeg ze een strak zittende manteau, maar plots zag ik haar in tranen bij het het graf van Imam Reza’s broer, terwijl ze de zilveren tralies rond de kubus kuste en onophoudelijk bleef huilen. Op haar neus zat een pleister: Iran is nose job country number one, en het was duidelijk dat ze net plastische chirurgie achter de rug had. Plots zag ik de twee gezichten van Iran in één jong meisje versmelten.
Toen ik ’s avonds aan onze gids door Teheran vertelde over mijn eerste ervaringen met de chador, lachte hij luid: “Je hebt zonet kennisgemaakt met de islam. Zo vriendelijk is de islam: ze geven vrouwen de toestemming om zichzelf te bedekken. Dat is zoals iemand een mes geven zodat hij zichzelf kan doden. Onthoud goed wat een vriend me ooit heeft gezegd: Khomeini leefde in een donker, klein en laag huis met kleine ramen. In Persepolis werden duizenden jaren geleden hemelhoge tempels gebouwd van waaruit de Perzische koningen de wereld regeerden en veranderden. De Achaemeniden konden ver kijken, maar Khomeini regeerde vanuit een donkere kelder. Dat is wat er met Iran gebeurd is. Maar kijk, je hebt vandaag veel Iraanse jongeren ontmoet, en zij geloven er weer in. Ikzelf ben minder optimistisch over de kansen op verandering, maar de toekomst, die ligt altijd bij jonge mensen en hun dromen.”
Groen, groener, groenst
“Farsi ye shoma kheili khube!” Het was de eerste Perzische zin die ik te horen kreeg toen we vannacht om twee uur plaatselijke tijd voor het eerst voet op Iraanse bodem zetten. De struise man in het kleine hokje waarboven in grote letters gozarname (paspoort) staat geschreven, buigt lichtjes het hoofd en knipoogt naar me. Dat mijn Perzisch erg goed is, heeft hij net gezegd, en meteen komem twee andere Iraanse mannen nieuwsgierig een kijkje nemen naar die westerse vrouw az Belzjiki die Farsi blijkt te kennen. Eerlijk is eerlijk: ik heb vaak geschreven en gezegd dat over Iran veel vooroordelen bestaan, maar een knipoog en drie bewonderende mannen midden in de nacht op Imam Khomeini Airport: dat had zelfs ik niet verwacht. Beneden kneep Khomeini zelf vanop een gigantische muurschildering in kitscherige kleuren een oogje dicht.
Even later bracht een taxichauffeur ons naar onze bestemming. Teheran leek een spookstad, en het contrast met wat we vandaag te zien en te horen kregen, kon niet groter zijn. Hoe Teheran omschrijven? Waar te beginnen? Onmogelijk is het. In de Lonely Planet had ik gelezen dat zelfs de meest ervaren reiziger nooit voorbereid kan zijn op een verblijf in deze stad, en gelooft u me: dat is nog een understatement. Teheran is een plotse aanval op al je zintuigen. Vooral het geluid is oorverdovend: taxi’s toeteren onophoudelijk, winkeliers schreeuwen naar hun collega’s aan de overkant van de straat, en tussen al het kabaal door roept ook de muezzin nog eens op tot het gebed. Praten kan je hier niet; roepen is de boodschap.
De kleuren die overheersen in Teheran zijn het knalgeel en knalgroen van de taxi’s, en groen is dezer dagen dan nog eens meer dan anders aanwezig in de hoofdstad: het is immers de kleur die de hervormingsgezinde presidentskandidaat Mousavi als campagnekleur heeft gekozen. Erg opvallend: in Teheran zijn zeker tien keer meer affiches van Mousavi te zien dan van de huidige president Ahmadinejad. Op Vali Asr Avenue, de hoofdstraat van Teheran, lacht Mousavi je minstens om de honderd meter toe. Bomen, palen, etalages: de supporters van Mousavi hebben hun werk grondig gedaan.
Toen ik vanmiddag een foto nam van de beeltenis van Mousavi op de achterkant van een taxi, kwam een jongeman van een jaar of zeventien op een Amerikaanse mountainbike van het merk TREK naar me toegefietst: “Khanoeme! Mevrouw! It’s not important!” Ik ging dichterbij en vroeg hem wat hij bedoelde. “Entekhabat!, schreeuwde hij, in een poping de voorbijrazende taxi’s te overstemmen. “De verkiezingen! Het doet er allemaal niet toe. Niets verandert ooit in dit land.”
De jonge vrouw die ik even later later ontmoet bij een van Teherans grootste mediabedrijven, en die helpt om het bureaucratische gedeelte van onze reis af te handelen, lacht wanneer ik haar over de jongen op de fiets vertel. “Hij is een uitzondering, geloof me. Elk jaar zijn mensen hier meer en meer met politiek bezig. Zeker nu: het is echt het gespreksonderwerp op straat. Het is geen toeval dat je overal posters van Mousavi ziet: in Teheran houdt iedereen van hem. Het land is Ahmadinejad beu. Hij heeft niets gedaan voor het Iraanse volk, niets.” Of ze gelooft dat Mousavi ook gaat winnen op 12 juni? “Ja, dat geloof ik. Iran wil verandering en is er klaar voor. Dat zal u tijdens uw reis wel ontdekken.”
Ze draagt een donkerbruine sluier, maar aan haar voeten heeft ze zwarte sneakers van Adidas met knaloranje strepen, en aan haar linkerarm fonkelt een zilverkleurig horloge van Guess.
Van chador tot cha-cha
(volgende bijdrage is ook verschenen op de website van De Standaard: http://standaard.typepad.com/iran/)
“Verlang vurig naar iets! Zadel je paard en maak je klaar voor de ontdekkingstocht.” Deze verzen schreef de klassieke Perzische dichter Sanai eeuwen geleden neer, en vandaag zijn ze meer dan ooit op mij van toepassing. Het iets waar ik vurig naar verlang is mijn vertrek naar Iran, en maandag 1 juni is het eindelijk zover: samen met Pieter-Jan De Pue ga ik op reportage naar de Islamitische Republiek. Ons paard laten we thuis, maar klaar voor de ontdekkingstocht zijn we wél.
Het idee om met Pieter-Jan naar Iran te trekken ontstond vorig jaar bij deBuren, waar ik toen nog werkte. Ik wilde al langer door Iran reizen en daarover schrijven, en toen ik de foto’s van Afghanistan zag die Pieter-Jan bij deBuren tentoonstelde, wist ik meteen dat een gezamenlijke tocht door Iran wel eens heel mooie dingen zou kunnen opleveren. We trokken met ons voorstel naar de directeur van deBuren, en hij was erg enthousiast. Een paar maanden later klom ook het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek mee aan boord en werd een droom werkelijkheid.
Met deze reis willen we Iran van een andere kant laten zien. Als Iran onze media haalt, dan is dat bijna altijd om politieke redenen, en meestal is het dan de conservatieve of zelfs fanatieke kant die wordt belicht: Ahmadinejad wil Israël van de kaart vegen, het kernprogramma van Iran is wereldbedreigend, Roxana Saberi zit onterecht in de cel. Gevolg daarvan is dat in het Westen Iran al te vaak wordt gezien als een fanatiek land vol gesluierde vrouwen en bebaarde ayatollahs. Die zijn er natuurlijk wel, maar zo eenzijdig is het plaatje niet: Iran is volop in verandering. Anno 2009 staat het land op de grens tussen traditie en moderniteit, tussen isolement en openheid, tussen verleden en toekomst. Vrouwen dagen er de ayatollahs uit door hun sluier steeds verder naar achteren te schuiven, Iraanse weblogs schieten als paddestoelen uit de grond en zijn zelfs door geen honderdduizend mullahs uit te roeien, en het Museum voor Hedendaagse Kunst in Teheran opende in mei een tentoonstelling van moderne westerse kunst die sinds de Islamitische Revolutie niet meer vertoond werd.
Door ook het andere Iran te laten zien, willen we in woord en beeld tot een genuanceerd portret komen van een land dat volop in de kering is: enerzijds zijn er de traditionele en religieuze waarden; anderzijds zijn er de vele Iraanse jongeren – zeventig procent van de bevolking is er jonger dan 25 jaar – die lak hebben aan de islam en houden van Amerika, MTV, make-up en westerse literatuur. Geen beter moment dan verkiezingstijd om die twee kanten te belichten, want in de strijd tussen conservatieven en hervormingsgezinden komen de twee gezichten van Iran duidelijk naar voren.
Het zijn de stemmen van de gewone Iraniërs die we willen laten horen, Hoe ziet het leven in Iran er anno 2009 uit? Wat denken ze over hun land en hun toekomst? Wat maakt hen blij en waar zoeken ze hun geluk in een land waar zoveel verboden is? Welke boeken lezen ze? Naar welke muziek luisteren ze? Waar zoeken ze hun ontspanning?
We doen alle binnenlandse verplaatsingen per trein omdat we zoveel mogelijk samen met de gewone mensen onderweg willen zijn. Reizen per trein, schrijft Paul Theroux in zijn meest recente boek De grote spoorwegcarrousel retour (2008), heeft het voordeel dat je het land leert kennen zoals het werkelijk is: je hebt namelijk ook uitzicht op het achterland. En: “Luxe [is] de vijand van de observatie, een dure verstrooiing die zo’n lekker gevoel geeft dat je niets meer opmerkt. Luxe corrumpeert en werkt infantilisering in de hand, en voorkomt dat je de wereld leert kennen.”
Het vliegtuig zou ons veel tijd en ongemakken besparen, maar de reis gaat niet over onszelf. Net als Theroux willen we observeren, en dat kan honderd keer beter in de trein dan in het vliegtuig.
“And wisdom is a butterfly, and not a gloomy bird of prey”, zei de Britse dichter William Butler Yeats (En wijsheid is een vlinder, en niet een sombere roofvogel). Het vliegtuig vind ik maar een sombere roofvogel, maar de trein wordt straks onze vlinder door het Iraanse landschap.
Negentien doden bij bomaanslag op moskee in Iraanse stad Zahedan
Het dodental van de bomaanslag donderdagavond op de op één na grootste moskee voor sjiitische moslims in de Iraanse stad Zahedan is naar boven bijgesteld. Ali-Mohammad Azad, de gouverneur van de provincie Sistan en Baluchistan, heeft vrijdag tegen het persbureau IRNA gezegd dat negentien mensen om het leven zijn gekomen. Eerder werd nog uitgegaan van vijftien doden. Bij de aanslag in de Amir al-Momenin Moskee raakten nog volgens Ali-Mohammad Azad 125 mensen gewond. In de provincie zijn drie dagen van rouw afgekondigd.
De aanslag had plaats tijdens het avondgebed op een islamitische feestdag, twee weken voor de presidentsverkiezingen in Iran op 12 juni. De autoriteiten stellen dat enkele leden van een terroristische organisatie zijn aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij de aanslag, en dat zij aan de vooravond van de verkiezingen onrust wilden zaaien, gebruik makend ‘van de onrust bij onze oosterburen’. Zahedan ligt vlakbij de grens met Pakistan en Afghanistan
Kort na de explosie vonden veiligheidsmedewerkers in de omgeving van de moskee een tweede, nog niet ontplofte bom. Die werd onschadelijk gemaakt.
bronnen: de Volkskrant, IRNA
Mousavi op voorsprong in opiniepeilingen
In Iran is de campagne voor de presidentsverkiezingen van 12 juni volop aan de gang. Ayandeh News berichtte vandaag dat een recente opiniepeiling uitwijst dat de hervormingsgezinde kandidaat en Mir-Hossein Mousavi in tien grote steden 4 procent voorsprong heeft op de huidige president Mahmoud Ahmadinejad, de voornaamste rivaal van Mousavi. 38 procent van de ondervraagden sprak zijn steun uit voor Mousavi, tegenover 34 procent voor Ahmadinejad. Vorige week bleek uit een opiniepeiling van de IRIB (Islamic Republic of Iran Broadcasting) dat in de hoofdstad Teheran Mousavi 47 procent van de stemmen zou krijgen, tegenover 43 procent voor Ahmadinejad.
bron: Press TV
Ahmadinejad wil in debat met Obama bij herverkiezing
President Mahmoud Ahmadinejad wil bij de Verenigde Naties in debat gaan met de Amerikaanse president Barack Obama over de wereldproblemen. Dat zei hij maandag tegen buitenlandse journalisten. Als hij verkozen wordt en aan een tweede ambtstermijn kan beginnen, wil hij met Obama in debat gaan over ‘de diepere oorzaken van de wereldproblemen’. Hij voegde eraan toe dat hij ook George W. Bush had uitgenodigd om over dit onderwerp in gesprek te gaan toen hij op 23 september 2008 in New York de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (foto) toesprak.
Oefeninterland tussen VS en Iran?
De Iraanse voetbalbond zegt een uitnodiging te hebben ontvangen van de Amerikaanse collega’s voor een oefeninterland. Dat meldt het Iraanse persbureau ISNA (Iranian Students News Agency).
‘We bestuderen het voorstel en zullen de Amerikanen binnenkort een antwoord geven’, aldus Ali Kafashin, hoofd van de Iraanse voetbalbond. Het voorstel is opmerkelijk aangezien de relatie tussen beide landen problematische is vanwege onder meer de vermeende nucleaire plannen van Iran.
Voordat de wedstrijd kan plaatsvinden, moeten diverse hoge Iraanse functionarissen hun toestemming geven. Iran heeft moeite zich te plaatsen voor het wereldkampioenschap voetbal, volgend jaar in Zuid-Afrika. Iran nam deel aan de WK’s van 1978, 1998 en 2006.
bronnen: ISNA, de Volkskrant
Khatami voert mogelijk campagne voor Mousavi
De voormalige Iraanse president Mohammad Khatami zal mogelijk in een aantal provincies van het land campagne voeren voor de hervormingsgezinde presidentskandidaat Mir-Hossein Mousavi. Dat heeft hij donderdag meegedeeld tijdens het zevende congres van de Islamic Iran Youth Party.
Khatami was aanvankelijk ook kandidaat voor de presidentsverkiezingen van 12 juni, maar trok zich terug ten voordele van Mousavi, om verdeeldheid binnen het hervormingsgezinde kamp te vermijden. Mohammad Khatami was president van Iran van 1997 tot 2005. Met zijn hervormingsgezinde programma werd hij twee keer met een ruime meerderheid verkozen. Onder zijn beleid waaide er een wind van verandering door Iran, maar zijn strijd voor politieke en sociale hervormingen werd tegengewerkt door de conservatieven, wat bij veel Iraniërs tot ontgoocheling leidde: zijn belofte van democratisering heeft hij niet kunnen doorvoeren. Volgens sommigen was Khatami zelfs een leugenaar en wilde hij helemaal geen hervormingen doorvoeren. Niettemin is Khatami in Iran nog steeds erg populair, en was de ontgoocheling groot toen hij zich terugtrok ten voordele van Mousavi.