‘Lie til you die’: de nieuwe kaskraker met Shahram Amiri


U heeft vast het verhaal gehoord van de ‘vermiste’ Iraanse kerngeleerde Shahram Amiri, die zogezegd een jaar geleden op pelgrimstocht ging naar Saudi Arabië, zogezegd gekidnapt werd door de Amerikanen, zogezegd onder dwang informatie moest verschaffen over Irans atoomprogramma, enzoverder, enzoverder….Het verhaal is zo lang en complex en heeft zoveel twists and turns dat ik het hier niet uit de doeken ga doen – u kan het gewoon allemaal nalezen op het internet, hier op Wikipedia, bijvoorbeeld.

Het is wellicht niet de bedoeling van de fanatieke ayatollahs in Teheran, Qom en waar dan ook in mijn geliefde Iran, maar ze brengen me steeds vaker aan het lachen. Of wat dacht u van het bericht deze week dat de Iraanse televisie een film gaat maken over de verdwijning van ‘held’ Amiri? Inderdaad, een film. Het regime weet verdomd goed dat Amiri een ‘verrader’ is, de CIA belangrijke informatie heeft verschaft over het Iraanse kernprogramma, en alleen achteraf beweert te zijn gekidnapt omdat zijn familie bedreigd werd – een beproefde tactiek van dit corrupte regime. Maar omdat de ayatollahs geen baard- en gezichtsverlies willen leiden, gaan ze weer lekker aan het liegen en toveren ze Amiri om tot een held, straks ook op het Iraanse witte doek. Wat een giller.
Het deed me er even over nadenken: wat zou een goede titel zijn voor deze film? Zelf dacht ik aan Lie til you die. Heeft iets James Bond-achtig, en past ZO goed bij het karakter van dit regime. Laten we alleen maar hopen dat er geen echte dode valt, want ik zie de toekomst van Amiri niet bepaald rooskleurig in.
En u? Welke titel heeft u in gedachten voor de nieuwe kaskraker van het regime?

Drugs en diepe ellende, maar misschien zit daar hoop in

Net las ik dit hartverscheurende verhaal over een Iraanse drugsverslaafde op The Huffington Post. Onvoorstelbaar: in Iran beheerst de Revolutionaire Garde de drugsmarkt, en ze hebben blijkbaar de prijzen erg laten dalen zodat jongeren te high zijn om de straat op te gaan en te protesteren tegen het regime.

Het land is ziek, maar wat ‘hoopgevend’ is, is dat de economie er zo slecht aan toe is dat het volgens mij niet lang meer zal duren eer ook de allerarmsten zich aansluiten bij de Groene Beweging. Vrouwen en armen bepalen vandaag de toekomst van Iran.

Een dipje in de liefde

Ik heb al vaker gezegd en geschreven dat wat ik voor Iran voel echte liefde is. Dat blijft waar, maar de voorbije dagen is de liefde wat minder vurig dan anders. Dat zit zo: ik heb even genoeg van de leugens, de absurditeit en de waanzin die me vanuit Iran bereiken. Zo las ik gisteren dit bericht, waarin verteld wordt dat de Iraanse minister van Buitenlandse Zaken Manouchehr Mottaki beweert dat de vijanden van Iran gefaald hebben in het WK voetbal, net omdat ze sancties tegen de Islamitische Republiek ondersteunen. Brazilië doet dat niet, en dat is volgens Mottaki de reden dat het land het zo goed doet op het WK.

Hoeveel absurder kan het nog worden?
En dan dit bericht van gisteren, over Neda Agha-Soltan, de vrouw van mijn leeftijd die werd neergeschoten op mijn voorlaatste dag in Iran. De Amerikaanse zender HBO heeft over haar deze aangrijpende documentaire uitgezonden, en het kan niet anders of het fanatieke Iraanse regime is al met een antwoord gekomen over de ‘ware toedracht’ van de dood van Neda. Volgens hen heeft een vrouw – natuurlijk, een vrouw, alle kwaad komt van vrouwen volgens de fanatici – vanuit een vrachtwagen Neda neergeschoten, met een pistool dat in haar handtas zat verborgen.
How low can you go?

Wat me de afgelopen week nog het meest pijn heeft gedaan, zijn de haatdragende reacties op een column van Kader Abdolah van een zekere ‘Tehrani’, een man die op het Volkskrant-forum beweert dat Abdolah een nepvluchteling is en regelmatig met vakantie naar Iran gaat. Ik kon niet geloven dat iemand zoiets zou beweren. Het voelde als een harde klap in mijn gezicht. Ik ben tegen de man ingegaan, maar het heeft geen zin: hij is gewoon een gek. Ik ken Abdolah persoonlijk en weet absoluut zeker dat hij sinds zijn vlucht in 1985 nooit naar Iran is geweest, dat hij dat niet mag, en dat hij zijn vaderland erg mist. Het erge is dat er altijd mensen zijn die ‘Tehrani’ zullen geloven – zo gaat dat nu eenmaal, het is blijkbaar erg gemakkelijk om leugens voor waarheid te verkopen. Abdolah is succesvol en dat creëert afgunst.
Maar zoals ik dus zei: ik was door die drie berichten zo ontgoocheld, dat de liefde even bekoeld is en ik mezelf op dit moment wat moet inspannen om het nieuws over Iran te volgen. Het gaat wel weer over. Misschien maakt het mijn liefde voor Iran net echter: niet alles kan immers rozengeur en maneschijn zijn.

Te gek om waar te zijn: NOS ontvangt IRIB, stem van het Iraanse regime

Net kreeg ik dit persbericht binnen (zie ook http://iranpy.net/articles/796) en viel ik bijna van mijn stoel van verbazing. De Nederlandse omroep NOS verwelkomt komende maandag een delegatie van de IRIB, de Islamic Republic of Iran Broadcasting, dat een spreekbuis is van het Iraanse regime en onder meer gedwongen ‘bekentenissen’ van dissidenten heeft uitgezonden.

Onbegrijpelijk. ‘Arm Vlaanderen’, klonk het vroeger vaak in Nederland. Misschien moeten ‘wij’ hier nu zeggen: arm Nederland. Ze hebben een Geert Wilders waarmee ze geen blijf weten, en een omroep die mensen ontvangt die een stem geven aan de Iraanse fanatici.

Iran blokkeert toegang van twee VN-inspecteurs

Iran wil twee inspecteurs van het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA) niet toelaten tot het land. Dat heeft Ali Akbar Salehi, het hoofd van de Iraanse Atoomenergie Organisatie, maandag gezegd, aldus het Iraanse persbureau ISNA.

Volgens Salehi hebben de twee IAEA-medewerkers informatie over het Iraanse nucleaire programma gelekt. ‘Deze twee zijn geen aangewezen inspecteurs meer. De andere inspecteurs zijn natuurlijk nog wel welkom om ons een bezoek te brengen’, nuanceerde de Iraanse afgevaardigde aan het IAEA, Ali Asghar Soltanieh later. ‘De inspecties zullen zonder vertraging doorgaan.’

Volgens Salehi zou ook een rapportage van het IAEA over de nucleaire activiteiten van Iran onjuist zijn. In die notitie van eind mei stelde de VN-organisatie dat Iran voorbereidingen trof om hoger verrijkt uranium te produceren. Iran heeft niet gezegd welke passages uit het IAEA-rapport onjuist zijn.

De in Wenen gevestigde VN-organisatie heeft nog niet gereageerd op het besluit van Iran twee van de medewerkers van de nucleaire waakhond te weren.

Twee weken geleden heeft de VN-Veiligheidsraad Iran nog om zijn nucleaire programma bestraft. De maatregelen moeten voorkomen dat Iran de beschikking krijgt over kernwapens. Landen krijgen het recht schepen te onderzoeken, als het vermoeden bestaat dat deze verboden goederen transporteren naar Iran. Iraanse banken worden beter gecontroleerd, om te voorkomen dat ze een rol spelen bij de aankoop van nucleair materiaal door Teheran.

bron: de Volkskrant

Stuur dit artikel door

Neda’s dood en een sigaret-met-deodorant in Teheran

Een stille dag buiten, en ook een stille dag in mijn hart. Vandaag is het een jaar geleden dat Neda Agha Soltan in Teheran op straat werd neergeschoten. We hebben allemaal de videobeelden gezien van haar dood, maar steeds als ik er opnieuw mee geconfronteerd word, ben ik net zo misselijk als toen ik op televisie voor het eerst naar haar ogen keek waaruit plots alle leven wegstroomde – letterlijk en figuurlijk.

Ik was in Teheran toen ik de beelden van Neda’s dood zag. Op 20 juni ’s avonds laat kwamen we vanuit Shiraz weer aan in de hoofdstad, die een belegerde indruk maakte. In de taxi op weg naar het hotel wist ik toen nog niet dat Neda die dag was neergeschoten – informatie bereikte ons amper; mobiele telefoons en het internet waren geblokkeerd. Dat ik ’s avonds op mijn hotelkamer toch de beelden van Neda’s doodsstrijd zag, kwam omdat het hotel een satellietontvanger had, en ik dus ook naar een aantal Arabische zenders kon kijken.

In mijn boek Duizend-en-één dromen heb ik het als volgt beschreven:

Terwijl ik ’s avonds op bed een alcoholvrij biertje drink, zie ik op een Arabische televisiezender een beeld uit Teheran dat mijn adem afsnijdt. Een jonge vrouw wordt van dichtbij gefilmd met een mobiele telefoon terwijl ze dood ligt te gaan op de straatstenen. De beelden worden nog een paar keer getoond, en elke keer word ik misselijker. Een vrouw van mijn leeftijd, een vrouw zoals ik er tijdens mijn drie weken hier zoveel heb ontmoet, een vrouw die gewoon wilde leven en gelukkig zijn, ligt te sterven op straat. Het bloed stroomt uit haar lichaam en over haar gezicht, en plots blijft haar rechteroog wijd opengesperd. De vrouw wordt een porseleinen pop waarin geen hart meer klopt, en een symbool voor de strijd van miljoenen Iraniërs voor vrijheid. Neda betekent ‘stem’ in het Perzisch – symbolischer kan haast niet. Neda Agha Soltan is de stem geworden van miljoenen Iraniërs wier stem brutaal onderdrukt is. Ze werd neergeschoten door een basiji die zich had verscholen op het dak van een huis. Ik kan bijna niet bevatten dat dit alles gisteren heeft plaatsgevonden, op niet eens zo’n grote afstand van het hotel waar ik nu op bed zit met een nepbiertje. Ik voel immense woede mijn keel dichtsnoeren.

Ik vertel u hier iets wat in mijn boek niet staat. Toen ik de beelden had gezien, ging ik aan fotograaf Pieter-Jan De Pue vertellen wat er gebeurd was. Samen keken we nog een aantal keer naar de beelden op de televisie, en we zeiden niets. Plots doorbrak ik de stilte: “Ik heb zin in een glas bier.”

Pieter-Jan lachte eventjes luid. En ik lachte eventjes. We lachten uit ellende, we lachten om de pijn te vergeten van wat we net gezien hadden, we lachten om de angst te verjagen. Op de daken van Teheran weerklonk op dat moment luid de stem van een meisje dat ‘Allahu Akbar’ riep. Mijn hart bloedde. Mijn Iran was in oorlog, en ik kon niets doen – ik moest zelfs die nacht verplicht het land verlaten en de mensen die hun verhaal wilden vertelden noodgedwongen in de steek laten.

Bier hadden we niet, dus besloot ik maar de twee laatste sigaretten te roken uit het pakje Marlboro Light dat in mijn rugzak zat. Eigenlijk rook ik zelden, maar in Iran af en toe wel – die ‘geestelijke’ ontspanning had ik soms nodig. ‘Probleem’: mijn aansteker was leeg. Ik ging naar de receptie van het hotel: nee, ook zij hadden geen aansteker. Naar buiten durfde ik niet te gaan: het was al donker, en je als een van de laatste westerse journalisten in Teheran nu op straat begeven, was gewoon dom.

Pieter-Jan, avonturier pur sang, had plots een idee. We namen mijn deodorant en de aansteker, en met het gas dat uit de spuitbus kwam door lichtjes te spuiten, hadden we plots een grote steekvlam.

Ik herinner me hoe we schaterden van het lachen toen we eindelijk vuur hadden. Neda was dood, ik kon haar blik niet uit mijn hoofd krijgen, maar toch lachten we, en het was een van de meest bevreemdende momenten uit mijn leven. Ik wilde huilen, maar ook niet, omdat ik dan niet zou kunnen stoppen, dus deden we alles om toch maar even te lachen.

Neda is een jaar geleden overleden, maar ze is niet dood. Ze wilde een vrij Iran, en ik ben zeker dat haar gruwelijke dood daartoe zal bijdragen. Laten we haar niet vergeten en vaak naar het liedje luisteren dat Chris deBurgh voor haar heeft geschreven: Let there be joy where there was sorrow, let there be hope where there was none, and even as your life-blood flowed away, Neda, your heart is living on.

O Iran!

Voor de Volkskrant schreef de Afghaanse Nederlander Haroon Parvani een mooie column over volksliederen, naar aanleiding van het WK voetbal. ‘Recentelijk,’ aldus Parvani, ‘vroeg ik aan een aantal volbloed Nederlandse vrienden – intelligent, breed georiënteerd en hoogopgeleid – of ze het nationale volkslied uit het hoofd kenden. Hun rode wangen en verlegen blikken waren de voorbode van hun verbazingwekkende antwoord.’ Niet zo vreemd, aldus de auteur, want ‘dit lied symboliseert maar één Nederlander, nota bene een verwende prins, en niet de hele natie.’ En: ‘Nu staat de Nederlandse hymne mijlenver van het bed van de bevolking af. Nog erger is dat het gehoorzaamheid propageert in een land dat bekend staat om haar vrije geest. ‘

Het deed me denken aan het Iraanse volkslied: de Iraniërs hebben vandaag ook een officieel volkslied dat de meesten absoluut niet uit overtuiging meezingen en dat ver van hen afstaat – het merendeel van de Iraniërs is, ik vertel niets nieuws, absoluut geen voorstander van hun regime. Het huidige officiële volkslied van de Islamitische Republiek Iran kwam er in 1990, na de dood van ayatollah Khomeini, onder wiens bewind er een ander volkslied was – het aantal volksliederen in de recente geschiedenis van Iran is bijna niet meer op één hand te tellen. Onder de Pahlavi-dynastie (1933-1979) was er ‘Sorood-e Shahanshahi Iran’ of ‘De Keizerlijke saluut van Iran’ – wegens de wandaden van de shah ook al niet populair.

‘Ey Iran’ (O Iran), het volkslied van Iran van februari 1979 tot maart 1980 gedurende de transitieperiode tussen het bewind van de shah en dat van Khomeini, is echter nog steeds het populairste. Het heeft een grotere bekendheid onder Iraniërs dan het huidige of vorige volksliederen, vooral omdat het het enige volkslied is dat werkelijk Iran prijst. Veel Iraniërs verkiezen ‘Ey Iran’ omdat het over Iran gaat zonder politieke bijkomstigheden.

Beluister hier ‘Ey Iran’ en lees hier de Engelse vertaling van de tekst.

Los van politieke voorkeuren is mijn favoriete Iraanse volkslied echter dat van de Qajaren-dynastie, ‘Salamatiye shah’, dat u hier kan beluisteren en waarvan u hier de Nederlandse vertaling vindt. Als u mij ooit kan betrappen op zingen in het openbaar, dan is de kans groot dat het om dit lied gaat.

Mousavi roept op tot scheiding van religie en staat


De Iraanse oppositieleider Mir-Hossein Mousavi heeft vandaag op zijn website Kaleme.com een verklaring gepubliceerd waarin hij zijn visie voor de toekomst van ‘zijn’ Iran uiteenzet. De verklaring is een ‘charter van de Groene Beweging’.

Mousavi roept op tot de vervolging van zij die vorig jaar gefraudeerd hebben bij de verkiezingen, en zweert dat hij de Groene Beweging levendig zal houden. Hij roept ook op tot een einde van de betrokkenheid van politie en militairen in de politiek en tot de onafhankelijkheid van het gerechtelijke systeem.

De LATimes bericht dat in de PDF-versie van het charter nog een extra alinea stond, die uiteindelijk niet op de site van Mousavi verscheen maar wel het meest opvallende deel van de verklaring bevat: Mousavi roept daarin op tot een scheiding van religie en staat. “Dat,” aldus de oppositieleider, “is de enige optie om de verheven status van religie in de Iraanse samenleving te bewaren en het zal een van de belangrijkste punten op de agenda van de Groene Beweging zijn.”
Het is een van de meest hoopgevende zinnen uit Iran die ik de laatste tijd heb gehoord.