Gesigneerd exemplaar van ‘Taal is een kat’ zonder verzendkosten!

Velen willen graag een gesigneerd en gepersonaliseerd exemplaar van Taal is een kat maar de verzendkosten zijn hoog: 6,25 euro. Mijn buurman-boekhandelaar Stefaan Van Mol van Standaard Boekhandel Tielt bedacht iets waardoor je een gesigneerd exemplaar kunt bestellen zonder verzendkosten.

Even uitleggen:

1. Ga naar www.standaardboekhandel.be. Zoekterm: taal is een kat.

2. Naast het boek klik je op de groene knop ‘In winkelmandje’.

3. In je winkelmandje zie je nu onder het boek staan:

‘Snel in huis halen? Pik dit product na 1u op in een winkel met voorraad.’

4. Kies rechts voor ‘Afhalen in een Standaard Boekhandel’. Vul de postcode 8700 (Tielt) in en klik verder. Klik op ‘Afhalen in deze winkel’ en daarna op ‘Bestellen’.

Haal je het boek zélf af in Tielt? Dan hoef je niet vooraf te betalen. Je betaalt gewoon bij het afhalen. Stuur wel een mailtje naar SB.Tielt@standaardboekhandel.be dat je graag een gesigneerd exemplaar wilt, en ik ga met mijn mooiste pen naar Stefaan.

Je krijgt van hem een mail zodra je exemplaar klaarligt – dat zal heel snel zijn.

Woon je niet in Tielt en wil je dat we het gratis doorsturen naar de Standaard Boekhandel van jouw keuze in jouw buurt? Dat kan!

Kies ook ‘Afhalen in Standaard Boekhandel Tielt’, betaal het boek vooruit (belangrijk!) en stuur nadien een email naar sb.tielt@standaardboekhandel.be. Stefaan neemt contact op met jou en jullie spreken onderling af naar welke winkel het boek GRATIS wordt doorgestuurd. Een speciale vermelding in het boek voor je favoriete taalfreak? 🔥

Dat kan! Vermeld je verzoek in je mail.

Zodra je gesigneerde exemplaar bij jou in de buurt klaarligt, en dat zal maximum een week na jouw bestelling zijn, krijg je opnieuw een mail.

Morgen ligt mijn nieuwe boek in de winkel!

Een mooier verjaardagscadeau heb ik zelden gekregen: exact een week voor mijn verjaardag ligt morgen Taal is een kat in de winkel.

Dit is geen taalboek zoals er al genoeg zijn, en zoals ze typisch Vlaams zijn: over hoe je moet spreken en schrijven, met het opgeheven vingertje van de schoolmeester. Dit is een boek dat de schoonheid en vrijheid van onze taal viert. En bovenal: haar lenigheid en eigenzinnigheid.

In het boek staan ‘rustige’ en zelfs poëtische columns, maar ook heel wat stevige standpunten over het Nederlands – er moesten, vond ik, wat knuppels in het hoenderhok gegooid worden.

Over het woord ‘spechters’ van mijn neefje.
Over wanneer mijn liefde voor taal begon en waarom dat alles met een stoel in de living van mijn ouders op een koude sneeuwdag te maken heeft.
Over waarom we onze dialecten meer dan ooit moeten koesteren.
Over waarom tussentaal de nieuwe Vlaamse standaardtaal is en dat helemaal niet erg is.
Over waarom er al te snel over taalverloedering wordt gesproken.

Ontdek het zelf en rep jullie morgen naar een boekhandel, een echte, of online.

Dank, lezers! ❤️

‘Taal is een kat’: de 2 boekvoorstellingen!

DIENSTMEDEDELING! 📚

Mijn boek Taal is een kat verschijnt volgende week donderdag 20 februari – dan verwacht ik van jullie een stormloop op alle boekhandels ten Vlaamse en ten Nederlandse lande!

De Standaard noemde het onlangs een van de meest veelbelovende non-fictieboeken van het voorjaar.

Er zijn twee boekvoorstellingen. 🎉

1. De eerste is op dinsdag 11 maart om 20u in boekhandel Limerick in Gent, aan de vooravond van de Boekenweek (12-23 maart), waarvan het thema ‘je moerstaal’ is. Daar ga ik in gesprek met professor-emeritus Nederlandse taalkunde Magda Devos (o.v.) – mede-germanisten aan de UGent, alleen al om haar nog eens te zien, moeten jullie komen! 🙂

De toegang is gratis. Inschrijven is verplicht en kan via deze link: https://lnkd.in/ehz3k6MN

Na afloop signeer ik het boek en zet mijn kat Rachel er een poot in – ik moet haar daar wel nog de toestemming voor vragen.

2. Op donderdag 13 maart om 20u is er een voorstelling in Theater Malpertuis in mijn thuisstad Tielt. Daar praat ik zelf een uurtje over het boek. Geen saaie academische lezing, maar een voorstelling met anekdotes, wist-je-datjes en beeld en klank over onze Nederlandse taal.

Het mooiste West-Vlaams uit ‘Bevergem’.
De schoonheid van jongerentaal.
Over waarom we onze dialecten meer dan ooit moeten koesteren – verwacht jullie aan mijn favoriete sappige West-Vlaamse uitspraken.
Het prachtige woord ‘spechters’ van mijn neefje.
Het moment waarop ik verliefd werd op onze taal en wat een stoel daarmee te maken heeft.
Waarom de zon van woordgeslacht verandert.
Waarom taalverloedering niet bestaat.
Waarom onze spelling een gedrocht is.
Waarom winnaars van het Groot Dictee der Nederlandse Taal helemaal geen taalvirtuozen zijn.

De toegang is gratis. Inschrijven is verplicht en kan via deze link: https://lnkd.in/eRkKgc3X

Delen jullie dit bericht en brengen jullie mensen met een hart voor taal op de hoogte?

Dank!

Mijn Substack-nieuwsbrief vanaf morgen in een nieuw kleedje: schrijf je nu gratis in!

– mijn boekentip van de week

– gedicht van de week

– (vergeet)woord van de week

– beeld van de week

Lees hier waarover mijn nieuwsbrief zal gaan – maar laat je vooral verrassen. Inschrijven is gratis en kan door gewoon je e-mailadres in te vullen naast ‘subscribe’. Je hoeft er geen account op Substack voor te hebben of de app voor te downloaden. De nieuwsbrief komt direct in je inbox terecht zonder dat je daarvoor naar de site van Substack hoeft te gaan.

Aan mijn trouwe volgers hier: het zou me enorm veel plezier als jullie zich zouden inschrijven. Op Substack is er veel meer interactie mogelijk dan op deze site, en zoals eerder gezegd: hier zal ik alleen occasioneel nog iets posten.

Ik hoop jullie daar en morgenochtend al te zien! ❤️

Over ‘Taal is een kat’, mijn boek dat in februari verschijnt

Omdat ik merk dat veel abonnees op deze site nog niet ingeschreven zijn voor mijn nieuwsbrief op Substack, waar ik heel regelmatig iets post, zal ik hier nog een tijdje de links naar die posts plaatsen. Deze site zal op termijn alleen nog ‘nieuws’ brengen, dus ik raad jullie de overstap naar Substack stellig aan. ;-)

Lees bijvoorbeeld dit stuk, waarin ik het heb over mijn nieuwe boek Taal is een kat, dat op 20 februari 2025 verschijnt bij mijn uitgeverij Atlas Contact, tijdens de Boekenweek waarvan het thema ‘de moerstaal’ is. Schrijf jullie in, het is en blijft gratis!

Ontdek mijn nieuwe schrijfruimte op Substack!

Sinds ik geen column meer heb in een nationale krant, vragen veel lezers me of ik niet op een andere manier mijn gedachten met hen kan delen. Ik denk dat Substack daarvoor een goed platform is. Van alle sociale media vertoef ik het meest (te veel) op Twitter, maar in 280 tekens je mening uiten, zij het over politiek of over schrijven of over alledaagse schoonheid: het is te weinig, hoezeer ik ook vind dat voor schrijven ‘less is more’ geldt. Ik ben ook het ‘getroll’ op Twitter beu.

Dus: wie meer van mij wil lezen dan wat ik op Twitter post, kan sinds begin deze week hier terecht:https://anndecraemer.substack.com/ Ik zal daar schrijven in plaats van hier, omdat deze site ‘in isolement’ bestaat, en je op Substack ook andere interessante mensen kunt volgen, en met je lezers kunt chatten. Op deze site zal ik enkel nog aankondigingen van een nieuw boek of van een lezing posten. Rep jullie dus allen naar ‘Moeder, waarom schrijven wij?’! Telkens als ik daar iets nieuws post, krijgen jullie een mailtje.

Ik koos als titel voor mijn Substack ‘Moeder, waarom schrijven wij?’, omdat het vaak over schrijven zal gaan – en de vraag waarom ik schrijf, een vraag is die ik mezelf vaak stel. Ik zal er geregeld een antwoord op formuleren, in de vorm van een column, of een opiniestuk, of andere, meer beeldende ‘content’.

Wat kunnen jullie concreet verwachten?

Columns, opiniestukken, kattebelletjes, quotes, gedichten: alles wat mij verwondert, verbaast, kwaad maakt en fascineert, en waarbij ik de noodzaak voel om in mijn pen te kruipen. Substack is voor mij een ruimte om vrij te schrijven tussen boeken door. Het is een veilige plek weg van sociale media, en ik hoop dat er een bloeiende gemeenschap van lezers zal ontstaan.

Om echt het meeste uit mijn nieuwsbrief te halen, is het de moeite waard om, na de eerste gratis maand oktober, te upgraden. Met mijn betalende abonnees zal ik meer delen: boekentips; wat ik aan het lezen ben, een overzicht van de interessantste quotes en artikels die ik die week las; commentaarsecties, en, welja, gemeenschapszin. Voor de prijs van een goeie koffie (5 euro per maand) helpen jullie me maandelijks om financieel iets meer uit mijn schrijverschap te halen dan alleen maar de opbrengst van mijn boeken en lezingen.

De hele maand oktober is de nieuwsbrief dus gratis. Daarna zullen er drie ‘subscription plans’ zijn, maar de optie ‘gratis’ zal voor bepaalde beperkte content blijven bestaan.

Ik zou het natuurlijk heel fijn vinden als jullie 5 euro zouden willen spenderen zodat ik meer tijd in de nieuwsbrief kan stoppen en jullie interessante content kan bieden.

Ik zie jullie daar!

Als een adelaar

Op Twitter viel me vandaag deze post op van boekenverkoper, fervent lezer en bijna-gepubliceerd- romanschrijver Stephan De Winter.

Dit is mijn antwoord op zijn vraag:

Het moet geklonken hebben als de stem van de engel van Allah op het moment dat hij Mohammad de soera Al-Iqra openbaarde: ‘Mohammad! Iqra! Mohammad! Lees!’

‘Moeder! Lees!’ Ik kwam – jaren geleden – de kamer binnen met in mijn hoofd een missie, maar in mijn hart twijfels over het welslagen ervan. Moeder! Lees dit boek! In haar handen legde ik De vliegeraar van Kaboel van de Afghaans-Amerikaanse bestsellerauteur Khaled Hosseini.

Sinds ik het plezier van het lezen kende, en vooral sinds ik de schoonheid van de literatuur had ontdekt, liet ik thuis zogenaamd achteloos boeken rondslingeren in de hoop dat mijn vader en moeder erdoor verleid zouden worden. Maar het was zinloos. Thuis werd er niet gelezen. Mijn ouders stuurden mijn zus en mij wekelijks naar de bibliotheek, maar zelf bleven ze doof voor de lokroep van de letteren.

Groot was dan ook mijn verbazing toen mijn moeder me opbelde met de mededeling dat ze het boek van Hosseini prachtig vond. Of er nog meer van die auteur te lezen viel? Ik werd terstond officieel benoemd tot haar gids in letterenland, en die functie oefen ik intussen nog altijd met trots en blijdschap uit.

Wie de geneugten van het lezen kent, zal mijn vreugde begrijpen. Weinig dingen zo mooi als het verlangen naar verhalen te zien ontstaan en groeien. Iemand tot de literatuur bekeren, is zijn gedachten met goud bekleden. Lezen maakt immers gelukkig. Lezen doet de mens groeien. Meer nog: hoe meer mensen fictie lezen, hoe mooier en beter de wereld wordt. Ik zal u vertellen waarom ik dat vind. Ik zal u vertellen wat lezen zo bijzonder maakt, en waarom iedereen het voorbeeld van mijn moeder zou moeten volgen.

U houdt van reizen? Dan bent u niet alleen. Aan het begin van de eenentwintigste eeuw nemen meer mensen dan ooit het vliegtuig op zoek naar plekken en ervaringen die hun alledaagse beleving overstijgen. Geen manier van reizen echter die het lezen van boeken overtreft. Lezen brengt je naar oorden waar je nooit eerder was en misschien nooit zal zijn. Fictie neemt je mee naar plekken die ooit bestonden maar nu verdwenen zijn, en naar plekken die alleen op de landkaart van de verbeelding terug te vinden zijn. Reizen die mensen in contact brengen met de plaatselijke bevolking van een gebied zijn vandaag erg in trek, maar niets kan ons dichter bij de mens kan brengen dan de literatuur. Wie naar Afghanistan reist, kan er met de mensen praten en zo een beeld proberen te krijgen van het land. Wie echter De vliegeraar van Kaboel van Hosseini leest, leert het land van binnenuit kennen en voelt de vreugde en de pijn van een jongen die man wordt, van een familie, van een volk. Afghanistan bezoeken is eventjes het gordijn opzij schuiven en in het huis naar binnen gluren, maar De vliegeraar lezen is het huis binnengaan en er voorgoed blijven. Wie reist, is een deel van het landschap, maar wie leest, cirkelt als een adelaar boven het landschap en ziet daarom meer.

Als lezen de overtreffende trap van reizen is, dan geldt daarvoor bij uitstek dat het je horizon verbreedt. Literatuur is zuurstof voor onze geest, brandstof voor onze gedachten en stikstof voor onze vooroordelen. Wie leest, leert de mens dieper kennen en de wereld beter begrijpen. Lezen leidt tot meer begrip, en hoe groter het begrip, hoe toleranter en dus hoe beter de mens. Wie leest, denkt de gedachten van iemand anders, en verruimt daardoor zijn geest. Hoe meer je leest, hoe meer je weet, en hoe meer je weet, hoe meer je wil weten. Ik geloof dat nieuwsgierigheid een morele deugd is, en dat lezen die kan aanwakkeren.

Boeken zetten aan tot denken, en net daarom is in een dictatoriaal regime de angst ervoor zo groot: de pen van de romanschrijver is gevaarlijker dan een wapen. Fictie stimuleert de verbeelding, en het is van het grootste belang voor het voortbestaan van de dictatuur dat die stevig in het gareel wordt gehouden. Literatuur heeft niet de directe slagkracht van kanongekletter en geweerschoten om veranderingen tot stand te brengen of ze een halt toe te roepen. Literaire invloed verloopt subtieler en gelijkmatiger, maar juist daardoor kan ze diepgaander zijn.

Zelf heb ik, om één voorbeeld te noemen, de mens en een deel van deze wereld beter leren kennen met de romans van Philip Roth. Met American Pastoral, The Human Stain en The Plot against America leerde hij me de Amerikaanse tijdsgeest in verschillende fases van de geschiedenis beter begrijpen dan een stapel non-fictieboeken ooit zal kunnen doen. Bovenal vergrootte Roth mijn inzicht in de mens; in zijn obsessies, zijn angsten, zijn driften en zijn verlangens. Toen ik Exit Ghost las, voelde ik wat het betekent om een man van zeventig te zijn met erectieproblemen maar met een verzengend verlangen naar een beeldschone jonge vrouw.

Of nee, meer nog, ik voelde het niet zomaar, ik was die man van zeventig. Ook dát is de kracht van lezen: het geeft je het vermogen om je in iemand anders in te leven of zelfs iemand anders te worden. Niet alleen word je dus van lezen een beter mens; je wordt ook méér mens. Ondraaglijk licht is het bestaan, zegt de Tsjechische schrijver Milan Kundera: we leven maar één keer en dat maakt onze aanwezigheid op aarde licht, maar die lichtheid is ondraaglijk – geen van onze daden kunnen we uitwissen en overschrijven. Fictie echter is de gom die dat mogelijk maakt: wanneer we een roman lezen, kunnen we onszelf overstijgen. Ieder van ons loopt wel eens tegen de grenzen van zijn mogelijkheden aan, maar in de literatuur kunnen we iemand anders worden en een andere realiteit beleven dan de ons vertrouwde. Dat maakt de literatuur nauw verwant met dromen: zowel in literatuur als dromen kunnen we méér – het verleden herbeleven, in de toekomst kijken en een andere identiteit aannemen. Lezen is leven op een hoger niveau. Wie leest, vermenigvuldigt zichzelf.

Vladimir Nabokov vond de identificatie van de lezer met een romanpersonage uit den boze: het is het domste wat je als lezer kan doen, zei hij. Ik durf het met hem oneens te zijn: je met een personage uit een boek identificeren is net een van de grootste geneugten van het lezen. Het is een plezier dat ik voor het eerst mocht ervaren toen ik als kind Nils Holgersson van Selma Lagerlöf las. Zó graag wilde ik met Nils op de rug van de gans Maarten naar de zon vliegen, dat het uiteindelijk ook gebeurde. Ik zat niet meer met opgetrokken knieën op de bank; ik vloog hoog in de lucht boven Zweden en Lapland. Later werd ik levenslang verliefd op Charlie Citrine uit Saul Bellow’s Humboldt’s gift. Meteen viel ik als een blok voor deze man die rotsvast gelooft dat verbeelding en poëzie meer vermogen dan alle technologische kennis van de Verenigde Staten op één hoop. Zo vaak praat Charlie met mij en zo vaak ga ik bij hem te rade dat hij een deel van mezelf geworden is.

Dat betekent eigenlijk dat ik nooit alleen ben, en ook is dat een van de redenen waarom lezen de mens wijzer maakt: wie leest, weet dat hij niet alleen is. De confrontatie met gevoelens en gedachten van personages leert ons beter te begrijpen waarom we soms handelen zoals we handelen en denken zoals we denken. Je leert wat je misschien anders nooit in jezelf had ontdekt. Om écht te lezen moet je alleen zijn, maar de ware lezer is nooit eenzaam.

Ik heb het over lezen en reizen gehad, over lezen en een beter mens worden, over lezen en méér mens worden, over verdwijnen in een personage en over lezers die nooit alleen zijn. Er is nog één plezier van het lezen dat ik wil beschrijven, en dat is simpelweg de schoonheid van de literatuur. Ik bedoel de stijl – de pracht, om het met Herman de Coninck te zeggen, van ‘woorden die plotseling bij mekaar gaan horen en zeggen: nou hoeft er geen meer bij’. Die schoonheid roept bij mij dezelfde gevoelens op als muziek. Een mooie zin kan me ontroeren zoals een melodie dat kan. Van de sobere stijl van Willem Elsschot krijg ik het koud zelfs als ik het heel erg warm heb. Dat noem ik poëzie, en ook dát kan een roman bereiken.

Dit jaar heb ik geen geld om op reis te gaan, maar ik kan boeken lezen. Het kost bijna niets, en in tegenstelling tot een échte reis keren we niet armer maar rijker terug. Het is zonde als we het niet doen. Er is, aldus schrijver Joseph Brodsky, immers maar één ding erger dan boeken te verbranden, en dat is ze niet te lezen.

Hoe kan het, Karl, dat jij zo goed begreep wat mij kwelde?

Dag Karl,

Meer dan een jaar geleden schreef je me in de Krant van West-Vlaanderen een brief. De overtreffende trap van ‘slecht’ kan niet beschrijven hoe het op dat moment met me ging. In Hersenorkaan, de roman over mijn eerste depressie, schreef ik dat in een duistere kelder was beland. Deze keer was ik in de hel terechtgekomen. Ik was daar open over op Twitter, zoals ik dat altijd over mentale problemen ben geweest. Jij had dat gelezen; het had je geraakt; meer nog, je maakte je zorgen en kroop in je pen.

Je kan niet geloven hoeveel deugd je woorden me toen hebben gedaan. Hoe ze me kracht gaven. Hoe ze me weer in mezelf deden geloven. Hoe ze me troostten.

In de inleiding van je brief stond het volgende: ‘Ann mag altijd antwoorden.’ Ik kon het niet. Niet toen. Niet met al die demonen in mijn hoofd. Niet met al die angsten. Niet met al die vreemde gedachten waarvan ik me nu afvraag hoe een brein die in godsnaam kan produceren. Later, dacht ik, later zal ik antwoorden.

Later is nu – nu het weer goed met me gaat. Ik heb het gevoel dat ik je een antwoord verschuldigd ben, een uitleg, een update; geen bericht uit de hel deze keer, maar een stille vreugdekreet. Want ja, ik sta er weer, hoewel ik nooit gedacht heb dat het me zou lukken. Ik heb het niet alleen gedaan. Er waren de mensen om me heen, dichtbij – mijn ouders, mijn vrienden – en veraf – ‘kennissen’ zoals jij, en zelfs volslagen onbekenden op Twitter. Er was mijn psychiater en er was de medicatie – maar bovenal was er mijn wilskracht om weer te worden wie ik altijd al was: een schrijfster met brandende ambitie.

Ambitie. Hoewel we mekaar niet goed kennen, legde je in je brief precies de vinger op wat er toen de oorzaak van was dat ik zo diep zat:

‘Ik heb al jaren bewondering voor wat je creëert: ontroerende vorm geworden doorleefde emotie met letters, lettergrepen en woorden. (…) Prent jezelf vooral niet in dat je faalt, lieve Ann. Als ongeduld de bron van je angsten is, is dat nergens voor nodig. Gaat het naar jouw mening niet snel genoeg? Ik weet het niet, maar ik voelde brandende ambitie toen we mekaar hebben ontmoet. Je was klaar om de literaire wereld te bestormen en je bent dat nog altijd. Het talent druipt van je vingers en klavier. En als dat niet gebeurt, is dat ook maar zo.’

Hoeveel keer heb ik die zinnen niet herlezen? En gedacht: hoe kan het dat Karl, met wie ik inderdaad om de paar maanden gewoon een bericht uitwissel, en die ik maar twee keer in het echt heb ontmoet, zo goed aanvoelt waarom alle zin in het leven op een bepaald moment uit mij verdwenen was, zozeer zelfs dat ik er gewoon niet meer wilde zijn? Want ja, het had alles met die ambitie te maken. De eerste depressie was rouw om het verlies van een grote liefde, maar de tweede had alles met werk te maken. Toen De Morgen in 2021 besloot om een punt te zetten achter mijn column, was de klap enorm. Ik had vijftien jaar voor hen geschreven, en de laatste twee jaar mocht ik twee keer per week een column voor de papieren krant schrijven. Dat maakte me zo trots: ik was altijd een schrijver willen zijn die midden in de samenleving staat, en een plek in een krant geeft je die kans.

Ik was niet kwaad op De Morgen. Ze hebben me zoveel kansen gegeven. Ik begreep hen: besparingen. En ik vermoed dat ze ook gedacht hebben dat vijftien jaar dezelfde columniste onder dak hebben toch een lange periode is. Ook dat begreep ik. Ik kreeg hartverwarmende mails van lezers die zeiden dat ze me zouden missen, maar dat verzachtte de pijn niet.

Vanaf dat moment verloor ik mijn evenwicht. Ik ging twijfelen aan mezelf. Voelde hun beslissing aan als een afwijzing. Ik had gefaald. Er moest wel iets mis met mij zijn. Het deed mijn geloof in mijn schrijverschap, dat voor mij alles betekent, wankelen. Ongeveer op dat moment antwoordde Herman Brusselmans dit op de vraag wie hij de meest onderschatte schrijver van de Nederlandse letteren vond: ‘Ann De Craemer’. Een paar maanden letter, Guido Belcanto: ‘Ann De Craemer is een van onze meest ondergewaardeerde auteurs.’

Ik, met mijn brandende ambitie, ging steeds meer geloven dat het me nooit zou lukken: ‘de literaire wereld bestormen’, zoals jij in je brief schreef. Ik had dat nochtans al gedaan: lovende recensies gehad in Vlaanderen en Nederland; de Bronzen Uil Publieksprijs gewonnen; genomineerd voor de Debuutprijs. Maar de verkoopcijfers waren nooit denderend, en ik was geen schrijver geworden, dacht ik, om mij met een paar duizend verkochte exemplaren per boek tevreden te stellen.

Voilà. Nu weten jij, en mijn lezers, waar het toen is misgegaan. Ik had gefaald en ik zag niet meer hoe ik het kon ‘goedmaken’. Als ik niet meer in mijn pen geloofde, had het leven voor mij geen zin meer.

De weg terug uit de hel was…nou ja, de hel. Zeker een halfjaar lukte het me niet meer om te schrijven. Mijn hoofd was een te grote puinhoop. ‘Zie je wel,’ zei ik tegen mezelf, ‘je kan het niet meer.’ Ik moet op mijn blote knieën mijn psychiater bedanken, die keer op keer mijn tranen zag en antwoordde: ‘Geduld, Ann. Geef het tijd. Het komt terug, echt waar.’

Eigenlijk zei hij wat jij eerder had geschreven: ‘Pak je tijd Ann, laat je meedrijven op de ochtendbries.’ Elke dag vocht ik terug: met een paar zinnen op papier was ik al tevreden. Hoe meer zinnen er kwamen, hoe meer de hemel opklaarde, en hoe meer ik die ochtendbries begon te voelen. De novelle waarmee ik voor ik ziek werd was begonnen, heb ik vorige week naar mijn uitgeverij gestuurd. Het geloof in mezelf is terug, net als de ambitie. Er branden weer lichtjes in mijn ogen en ik heb vertrouwen in het leven. Komt wat komt. Ik kan alleen maar mijn best doen, en de rest heb ik niet in de hand.

Lieve Karl, duizendmaal dank om zo goed aan te voelen wat me pijn deed. Duizendmaal dank om het woord tot me te richten. Duizendmaal dank om in me te geloven.

Ik citeer je een laatste keer:

‘Soms is jouw pijn de mijne, een andere keer wil ik je gewoon een duw tegen je zadel geven zodat je de Poelberg in Tielt moeiteloos naar boven fietst.’

Zullen we samen de Poelberg beklimmen? Ambitieus als we beiden zijn, zullen we om ter eerst boven willen komen. Maar wie er ook wint; ik zal op de top doen wat ik al lange tijd wil doen: je stevig vastpakken.

Met veel warmte en genegenheid,

Ann

Taalcolumn / BREAKING: nieuwe variant van het Nederlands ontdekt in Brussel!

Het is alweer een hele tijd geleden: in 2015 was ik voorzitter van de Heerlijk Helder-campagne die door het Radio 1-programma Hautekiet in het leven was geroepen. Doel was om te ijveren voor heldere taal in communicatie, gaande van de overheid tot ziekenhuizen tot universiteiten. Er liep een campagne op radio en tv, en Jan Hautekiet en ik schreven samen het boek Heerlijk helder. Weg met krommunicatie.

Vandaag heeft de Vlaamse overheid onze campagne voor een deel ‘overgenomen’ en roept zij regelmatig initiatieven in het leven die ijveren voor heldere communicatie. Het steentje in de rivier van Jan en ik is niet onopgemerkt gebleven.

Ik dacht gisterenavond terug aan de Heerlijk Helder-campagne bij een post van Luckas Vander Taelen op Twitter. Het ging om een mededeling van Osiris, dat in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zorgt voor de coördinatie van bouwplaatsen, evenementen en hinder op de openbare weg. Wat ze hier echter proberen te communiceren is me na meerdere lezingen niet duidelijk. Zet u schrap voor u dit kafkaiaans stukje tekst verorbert:

Dat dit nog kan anno 2023 in de overheidscommunicatie van de hoofdstad van een tweetalig land: het gaat mijn petje te boven.